Antidepressiva
Antidepressiva
Afkicken van antidepressiva is heftig. Als je het al lang gebruikt, een hoge dosis hebt, geen idee hebt waar te...
Meer
Woorden van liefde
Woorden van liefde
Ik wou dat ik je nu beschrijven kon. Dan schreef ik met fijne pen op je schouderbladen hoe graag ik...
Meer
Sociale angst
Sociale angst
Hoeveel vakken psychologie ik ook heb gevolgd, toen ik de term ‘sociale angst’ hoorde rinkelde er geen belletje. Ik vond...
Meer
De kern
De kern
Ik ben depressief geweest, ik ben hypomanisch geweest, ik ben donker geweest, ik ben suïcidaal geweest. Ik ben agressief geweest,...
Meer

Snoetje

Mijn huid is in een paar dagen voortijdige zomer al veranderd in gelooid leer, en hoe intens vermoeid ik het weekend ook uitkwam, ik herleefde toch meteen weer. Ik tast tevreden rond in de hormonenbrij in mijn lijf en brein, genoeg lekkere stofjes om in ieder geval deze maand uit te zingen. Dan stort ik me op het woord ‘snoetje’, want blijkbaar voel ik me er fijn bij. ‘Weet je zeker dat je niet manisch bent?’ vraagt het snoetje in kwestie, dat mijn huidige gemoedstoestand omschrijft als een kruising tussen lief en eng. ‘Dat weet ik niet,’ beaam ik blij.

Bloesemfeest

Met drie vrouwen, een man en een baby bezoeken we het bloesempark in het Amsterdamse Bos. Nog geen twee dagen geleden waren de kersenbomen gehuld in dwarrelende wolken van bloemblaadjes, maar helaas blijkt het Japanse lentefeest voorbij. Wat verdwaald roze zoekt nog naar onze haren, terwijl ik de baby bescherm tegen de door bomen gefilterde zon. Hij heeft niet zoveel op met de spuitfles zonnebrand. Ik kan hem geen ongelijk geven. In de avond sluiten we ons geleende appartement af en vertrekken. Vanuit de trein zien we de felgekleurde strepen van de bollenstreek. Het Nederlandse lentefeest is pas net begonnen.

Weekend uit het verleden

We beginnen met een koffie op het terras, verplaatsen naar het park, eten bij de Italiaanse bistro om te hoek en eindigen met een van de legendarische feesten in mijn oude huis. Het is als vier dates achter elkaar. Het is als vakantie. Of een zaterdag uit mijn twintigerjaren die de weg kwijt is geraakt en op mijn 33ste is geland. Met het verschil dat je me om twee uur ‘s nachts naar huis zag gaan, wat vroeger minder vaak gebeurde, maar ja, ik word ook best oud. Nu ben ik moe en ontspannen. Vandaag nog een beetje meer zon.

Westerpark

Ik ontmoet mijn schoonzusje voor het eerst, in het Westerpark. Geen logische plek, ik was een Oostamsterdammer. Ik weet niet in hoeverre dat in andere steden geldt, maar in de hoofdstad wisselen de meeste mensen niet meer van windstreek. ‘Een weekendje weg dus?’ vraagt het meisje dat zoveel op mijn vriendinnetje lijkt. ‘In het huis van mijn ex-vriendin,’ zeg ik, iets dat waarschijnlijk meer vragen oproept dan antwoorden, maar ze stelt ze niet. We staren samen naar de weg waar mijn vriendin aan zal komen rijden. Een stilte die ongemakkelijk had kunnen zijn, maar dat tussen verwante angsten niet is.

Medicatie

Ik loop met een blauwe zeeman-tas met acht verpakkingen medicatie van de apotheek. Een straathoek in Amsterdam-West is niets bij de hoeveelheid drugs die ik meesleep. De helft is bedoeld om hooikoorts tegen te gaan, een fenomeen dat afgelopen jaar plotseling opdook in mijn leven, compleet met rode tranende schilferende ogen, niesbuien, neusverstoppingen en eczeemplekken. Allemaal dingen die ik eerdere voorjaren wel heb gehad, maar nog nooit allemaal zo verschrikkelijk tegelijk. Nu moet ik tijdens een lange avond op stap met een zeeman-tas. Het is niet anders. Ik mag van geluk spreken dat ik hem maar ếến keer laat liggen.

Passen

Ik zit aan een terras in Rotterdam. Ik ben alleen en Ik ben lang niet iedereens type, maar ik ben knap. Drie mannen volgen me als ik wegloop van mijn plek, terugkeer op mijn schreden en het terras ernaast betreed, ondanks wat de uitbater van het vorige café zou kunnen denken. Terug willen keren is bijna net zo belangrijk als gezien worden. Ik ben onnatuurlijk gehard door de altijd aanwezige ogen in mijn geboortedorp en de altijd aanwezige afkeuring in mijn gekozen stad. En nu, nu ben ik groter dan ooit en zachter dan ik wist. Ik pas hier precies.

Arbeidsethos

De voorbode van zomer bedekt met zachte deken het land. Het is zo’n dag dat ik denk; als ik een basisinkomen zou krijgen, zou ik hetzelfde doen als nu. Misschien niet evenveel, of altijd voor dezelfde opdrachtgever. Maar waar ik vroeger een kooi met een ketting zag, die me vast zou pinnen aan mijn toch al schuddende grond, zie ik nu ook die andere kant van werken. De perfecte mix van prikkels en verantwoordelijkheid is noodzakelijk voor zingeving. Ideeën maken, werelden creëren en de geldstress ver achter mij. Als je vindt wat je past maakt werk een gekwelde geest vrij.

Vredige rouw

Ik loop rond in een zomerjurk en een fleecetrui, een combinatie die ik ken van mijn vakanties als kind. Het voelt als een natuurlijke outfit om te dragen in dit voorjaar, in het huis in mijn geboortedorp. Ik mis nog steeds de klanken van de stad, maar niet de toeristen over wier hoofden ik kon lopen. Ik mis de honderd stappen naar het cafe, maar niet de huizen die ik mijn thuis noemde. Ik ben in rouw en heb er toch vrede mee. Een combinatie die draagt als mijn huidige kleding, en me net zozeer vreemd voorkomt als onverwachts vertrouwd.

Faseovergang

Ik roer wat in de pan, waar de aardappels aan de bodem kleven. Hoeveel olie je er ook in gooit, in deze bakt alles aan. Ze is even weggelopen uit de keuken om muziek op te zetten en omdat ik er toch ben kan een beetje roeren er wel van af. Het water voor de sperziebonen vertoont te eerste belletjes. ‘Hoe heet dat, Anne?’ zegt ze, me plagend met mijn antipathie voor koken. ‘Verdampen,’ antwoord ik, ‘de faseovergang van vloeibaar naar gas.’ Ze lacht, verrast door mijn invalshoek. Ik ben geen meester in de keuken, maar ik ken mijn scheikunde.