De kern
Ik ben depressief geweest, ik ben hypomanisch geweest, ik ben donker geweest, ik ben suïcidaal geweest. Ik ben agressief geweest,...
Meer "De kern"
Genezen
En toen had ik eindelijk de put uit den treure bekeken. Mijn nagels tot diep in de modderige zijkanten gedrongen....
Meer "Genezen"
Halverwege
‘Ik ben hier’, fluister ik zacht, als ik mijn mentale checklist afloop en mijn mantra herinner. De lijst liegt er...
Meer "Halverwege"
Therapie werkt
Ik ging mijn eerste therapiesessie in met een mengeling van hoop en wantrouwen. Hoop dat er een simpele oplossing zou...
Meer "Therapie werkt"

Kop of kont

Ik zit oog-in-oog met rond de dertig zwanen. Of eigenlijk, oog-in-kont. Ik heb nooit zoveel zwanen tegelijk gezien als op deze plas, en wat ik ervan gewend ben is majesteitelijk. In hun natuurlijke habitat zitten ze kennelijk meer onder water dan dat ze erop dobberen, en omstebeurt kantelen de zwanebibsen omhoog. Ons zitvlak heeft bij hen de functie van drijfdeel. Als ik genoeg heb van de natuurtelevisie verpot ik wat lavendelplanten op het balkon, spray ze met water en fluister ze lieve woordjes toe. Pas als het helemaal donker is stuc ik nog even een muurtje. Gewoon omdat het kan.

Zoet huis

Mijn handen zijn ontveld van de Ikealattenbodems. Als ik de eerste in het bed schuif komt hij ver over de middenbalk. Shit. Te grote lattenbodems. Pas als ik het matras probeer in te schuiven blijkt het echte probleem. Shit. Te klein bed. Uren werk in de brandende zon worden teleurstellend makkelijk tenietgedaan. Ik ben zo moe en warm dat mijn gezicht bijna van mijn hoofd druipt. Ik kan niet douchen door een door de vloer lekkende kraan. Huis zoet huis, wat ben je mooi, maar waar begon ik aan. Ik kan bijna niet wachten om weer naar kantoor te gaan.

Klusjes

De man die voor me in dit huis woonde was een doe-het-zelver. Of iemand met een handige neef. Misschien beiden. Uit onverwachte hoeken komen radiatoren in kasten, vastgesoldeerde kranen en te holle muren te voorschijn. Verborgen gebreken, die -in mijn beperkte ervaring en van horen zeggen- bij elke koop aan de orde zijn. Gelukkig kochten we vooral voor het uitzicht, de hardhouten vloeren en het ruime balkon. De rest is op te lossen met mijn twee linkerhanden maar een verlangen zo sterk dat het bijna pijn doet, een stroom van handige neven en vooral de onbetaalbare (niet in prijs) klusjesman.

Verhuizen

“Ik wil niet,” is het laatste wat ik zeg voor ik ga slapen. Maar het wordt toch vandaag, en in de luwte van de ochtend trekken we grote reistassen naar het station. Dan is het tanden op elkaar en de een na de andere doos, meubelstuk, tas vol snel gehaalde hemaspullen drie hoog slepen. Om maar niet te spreken van de koelkast- en wasmachinemonteurs, of de elektricien. We hebben aardig efficiënt gepland, maar nu is het wel even genoeg geweest. Ik staar met een kop koffie naar buiten, want wie heeft er een tv nodig als ze zo’n uitzicht heeft?

Laatste afscheid

Ik kijk een laatste keer vanaf de troon neer op de ondergang van de koning. Daarna volgt het laatste applaus, het laatste afscheid. Over twee maanden begint het weer bij het begin, aftasten, angstaanvallen, een tekst en een rol eigen krijgen. Het is een cyclus waarin al de kracht, al de beloning concentreert in dit moment. Dat moment dat ik hier sta en voel dat ik totaal de controle heb over en toch totaal los ben van mij. Het kost veel. Maar dat het kan, boven mijn angst uitstijgen, al is het maar een keer per jaar, maakt me vrij.

High

En voor je het weet ben ik alweer halverwege. Twee voorstellingen gedaan, nog twee te gaan. Mijn vriendin droomt dat ik mijn werk op wil geven om musicalster te worden. Ik droom vooral van eten, want ‘s avonds krijg ik niet zoveel naar binnen. Het is een waas van geplamuurde gezichten, geplakte haren, maskers, zweet en zuivere tonen, felle emoties en rommelende decorstukken. Chaos, impressie, destructie en steeds opnieuw boven de grootse vlagen van angst uitstijgen, erop neerkijken iets doen dat buiten de grenzen van je eigen mogelijkheden leek te liggen. Geen high hoger en geen drug sterker dan spelen.

Thebe

We zijn tijdelijk verhuisd. Niet naar het oude appartement dat in halve staat van ontruiming is. Niet naar ons nieuwe nest, dat leeg en beeldschoon op onze spullen ligt te wachten. Maar naar een hotel in Weesp, of Thebe, zoals we de stad hebben omgedoopt voor onze uitvoering van de Griekse tragedie ‘Antigone’. De premiere is vandaag. De zenuwen nestelen zich als een kluwen kittens in mijn buik, af en toe maakt er eentje een gemene uithaal. Over een uur of vier is het gebroken benen, toitoitoi, erop of eronder, de dood of de gladiolen. Ik kan stiekem niet wachten.

Ontwerp

Het is binnen aangenaam koel, maar we kunnen nog niet zitten. De ontwerpster leunt met haar rug tegen de muur en schetst een zithoek in de nis, verschuift muren en breekt de keuken open. Op papier. Als de kleurencombinatie van zand, okerrood en lichtblauw gekozen, ruimt ze haar computer en schetsblok weg. Ik zeg haar gedag en blijf dan in het uitzicht staan. Net een ansichtkaart. Daarna zoeken we twee lichtblauwe fauteuils uit. Het is maar goed dat we nog geen bank hadden staan. Die had niet gepast in deze mooie kleuren, of in zijn nieuwe plek aan het raam.

Zinnen proeven

Ik ben nauwelijks zenuwachtig. Ik luister muziek in plaats van mijn monoloog in het gezicht van onschuldige voorbijgangers te slingeren. De tintelingen keren terug als ik mijn kostuum aan trek, maar het is geen angst te noemen. Meer… verwachting. Als de repetitie mijn scènes nadert blijft de klemmende hand om mijn hart uit. Nu slinger ik nog minder woorden, er is geen haast om dit gedaan te krijgen. Ik kauw op elke zin. Ik voel het ritme. Ik proef de horror. Ik geniet intens van daar zitten en over rampspoed vertellen. Bijna bezeten. Dat hebben mijn personage en ik gemeen.