De kern
Ik ben depressief geweest, ik ben hypomanisch geweest, ik ben donker geweest, ik ben suïcidaal geweest. Ik ben agressief geweest,...
Meer "De kern"
Genezen
En toen had ik eindelijk de put uit den treure bekeken. Mijn nagels tot diep in de modderige zijkanten gedrongen....
Meer "Genezen"
Halverwege
‘Ik ben hier’, fluister ik zacht, als ik mijn mentale checklist afloop en mijn mantra herinner. De lijst liegt er...
Meer "Halverwege"
Therapie werkt
Ik ging mijn eerste therapiesessie in met een mengeling van hoop en wantrouwen. Hoop dat er een simpele oplossing zou...
Meer "Therapie werkt"

Huiselijk

Mijn kat gluurt door de spijlen van het balkon. Ze kan er net niet onderdoor. Ze durft er nog niet overheen. Ik weet niet of ze wou dat ze dat kon. Uiteindelijk begint ze toch maar kopjes te geven aan mijn been. Beneden klettert er iets, een auto, een fiets? Mijn oren spitsen figuurlijk, de kattenversie in het echt. Een tochtvlaag glipt door de kamer heen, ik voel hem langs mijn voeten de aftocht blazen. En dan kraakt de deur, klinken stappen naar het balkon. We herenigen in de laatste zon. Er is geen mooiere plek op aarde dan thuis.

Werk en spelen

Na de laatste verhuizing van spullen en dingen, met weer een spinnende kat op schoot, moest er heel veel troep weggestouwd worden in te kleine kasten. Vandaag moest ons manuscript van het boek van dsmmeisjes ook naar de uitgever. Tegenstrijdige belangen die een kleine botsing veroorzaakten. Gelukkig was er aan het einde van een toch wel erg lang weekend ook tijd om te spelen. Een rondje om het meer, samen met wat knappe stelletjes van nog rijpere leeftijd, een eng moment met een kind bij het water en een schommeltoestel later zijn we weer thuis. Klaar voor de volgende stressstorm.

Wilde kat

Mijn kat was een beetje een wild dier geworden in haar villa, met viltige klitten in haar haar. Op de klauw met de buurtkatten en meer dan eens compleet nat, van de sloot, een sproeier of een emmer. Vandaag hebben we haar opgehaald en nu moet ze weer leren te leven als een stadsprinses, drie hoog achter een raam. Ze lijkt er niet al te veel mee te zitten. Het kan best dat ik onterecht menselijke of mijn eigen motieven op haar projecteer, maar toch, ik ken mijn dier een beetje. Stiekem wil ze maar één ding, bij mij zijn.

Muur

Ik wacht op iemand die een muur eruit komt halen. Het is nu dertien uur na de afgesproken tijd, dus ik denk niet dat het er vandaag nog van komt. Wel heb ik ongeveer twee keer gedaan wat op mijn eigen planning stond en in de avond nog een manuscript weten de re-re-redigeren. Dat is ook wat waard, maar toch. Ik word een beetje treurig van de muur die er nog altijd staat. Het hoort erbij denk ik maar. Ik heb geen haast. En toch, op een gegeven moment heb je er genoeg van tegen diezelfde muur op te knallen.

Riskeerd

Ik bekijk het bordje met enig geamuseerde gelatenheid. Ik maak zelf ook de nodige taalfouten. Bovendien lees ik het boek Sapiens, wat betekent dat ik taal tijdelijk zie als een mythische conventie. Net als dubieuzere conventies, zoals dat in India mensen in kasten zaten, of in Amerika donkerdere sapiens slaven waren, of in het huidige Nederland rijke mensen in grotere huizen wonen. Om te kunnen samenleven in groepen van meer dan 100 mensen creëren we blijkbaar culturele ongelijkheid. Ik kan er meestal menig nacht van wakker liggen. Maar in zo’n gigantisch perspectief is een nacht zonder slaap ook maar relatief.

Buurtpreventie

‘Jullie wonen mooi!’ De serveerster van het café om de hoek zit ook in de jeugdbuurtpreventie. ‘We sturen elkaar foto’s van de storm en we appen als we een borrel hebben.’ Of we ook in de appgroep willen? ‘Er zit nog een vrouwenstel in. Die sturen soms een foto met kerst, maar verder zien we ze nooit.’ Zelf lijkt het haar leuk, een vrouw. Ze had een crush op een bardame en een awkward tinderdate. En een vriend, maar ‘die vindt dat prima.’ En nu zijn wij import-Rotterdammerts ineens lid van de jeugdbuurtpreventie. Ik ben benieuwd. Vooral naar die borrels.

Spiegel

Op een dag ging ik voor de spiegel staan en keek. Ik zag het. De pijn die ik had gedaan, veroorzaakt en onbewust in mijn spoor meesleepte. De angst die ik niet kon ontwijken omdat mijn enige wapen meedogenloos was. Hoe klein, trillend en onbeholpen en lelijk ik eigenlijk ben. De weg voor me uit een tweesprong; doelbewust blind verder op dit verslindende pad, of als naakt en pasgeboren het oerwoud in. Als ik nu glimpen opvang in de spiegel zie ik iemand die verbeten met een machete een middenweg kapt. Niet iets dat ik aanraad, wel, heel erg, mij.

Niet strijden

Het is geen wedstrijd. Ik vergeet dat vaak. Als ik door de tijdlijnen scroll vol mensen die wat anders doen met hun leven. Als ik dwars door mijn eigen lichamelijke of psychische grenzen heen ga. Als ik met mijn meisje het gras van de buren of de relaties van anderen bekijk. We strijden niet, niet om de beste baan, de mooiste auto, de beste prestatie, de zinvolste dagbesteding, het hardste werken, de mooiste zonsondergang zien. Het leven is niet maakbaar, het hangt vooral van toevalligheden aan elkaar. Maar als het toch een wedstrijd was, dan won ik hem dit jaar.

Paradeboot

Zo’n dag op een paradeboot trekt als een waas voorbij. Dansen, het vaste stramien en het losse geflirt met de mensen aan de kade. De overprikkeling, het doorgaan, de vermoeidheid, een slok water, en weer terug. Het is vermijdbaar, maar ik wil de volle grensoverschrijdende laag. Het is belangrijk op zijn manier. Het is bevredigend op een andere. Ik kan de roes waarderen maar ik kan hem niet als fantastisch ervaren. Ik kan mezelf er ook niet toe zetten dit te laten varen. Ik wil het tegen het willen in. Want zonder dit soort dagen kent mijn leven geen zin.