De kern
Ik ben depressief geweest, ik ben hypomanisch geweest, ik ben donker geweest, ik ben suïcidaal geweest. Ik ben agressief geweest,...
Meer "De kern"
Genezen
En toen had ik eindelijk de put uit den treure bekeken. Mijn nagels tot diep in de modderige zijkanten gedrongen....
Meer "Genezen"
Halverwege
‘Ik ben hier’, fluister ik zacht, als ik mijn mentale checklist afloop en mijn mantra herinner. De lijst liegt er...
Meer "Halverwege"
Therapie werkt
Ik ging mijn eerste therapiesessie in met een mengeling van hoop en wantrouwen. Hoop dat er een simpele oplossing zou...
Meer "Therapie werkt"

Thee

Mijn kat zit voor de tweede keer in twee dagen achter de theedoos aan. ‘Wat heeft ze toch?’ moppert mijn vrouw als de bak met een klap de grond raakt. Katten zijn geen theeliefhebbers, maar sommige dingen kunnen ze niet weerstaan. Ik herinner me vaag een heel ander huis uit een erg grijs verleden. Een nachtpil was opengebroken, de hele vloer werd enthousiast aan stukken gekrabd. Ik grabbel de theedoos van de grond. Iets met kamille, zoethout en inderdaad, de wortels van Valeriaan. Ik snap zo’n verlangen wel, ik smacht soms met haar mee. Vanavond niet, vanavond drink ik thee.  

Iets gelezen

Ik las ergens dat IQ in de nazomer en herfst piekt. Zodanig dat mensen op de Alzheimergrens rond september gezond zijn, terwijl ze een half jaar daarvoor voor de test zijn gezakt. Mijn eigenschappen fluctueren ook met het jaargetijde. In de winter voel ik me een kluizenaar, in de lente een veertje in de wind, in de zomer gaat alles traag, in de herfst ben ik bespiegelend. Dat lijkt me niet hetzelfde als intelligent, maar misschien werkt het wel goed op een test die dat zegt te meten. Ik heb nu in ieder geval ergens iets gelezen, en daarover nagedacht.

Circus

Hier zat ik rustig de laatste stralen septemberzon op te zuigen. Nog geen twee uur later stond ik me brandweermannen en politieagenten te kletsen. In het huis waar we catsitten rook het een beetje naar gas. Toen we voor de zekerheid de kraan dicht hadden gedraaid en weer langskwamen om te ruiken, deed het dat nog steeds. En als je dan belt rukt er blijkbaar een heel circus uit. Een volle brandweerwagen, een defecte gasmeter, ventilatoren en uiteindelijk iemand van de gasvoorziening zelf. De kraan is vervangen, het lek gedicht, de kat springt weer vrij rond. Tijd om te slapen.

Verjaardag

Ik ben ongesteld en moe en mijn nieuwe keukenkast wil niet in zijn scharnieren. Bij het vastzetten van de lades snijd ik vier vingertoppen open. Een soort papercut, maar dan door metaal. Ik schrik er zo van dat ik een angstaanval krijg. Het is gewoon zo’n dag. Pas als ik me klaar maak voor buiten word ik rustiger. Vandaag heeft nog maar een beperkt aantal uren, ik hoef me niet meer leeg te voelen, melancholisch, als vannacht om 12 uur, als vanochtend om 10. Nog even en het is gewoon een andere dag. Nog even en mijn verjaardag is voorbij.

Oase

Ik moet een beetje knipperen als ik thuiskom. Niet alleen heb ik ons hele nestje nu in gebroken wit gekregen, ook de schoonmaker is langsgeweest en heeft de warmhouten vloer erbij laten glimmen. Het lijkt een oase, wat versterkt wordt door de diverse pijnstillers die ik op tweeuurlijkse basis geslikt heb en het feit dat mijn interne wereld meer lijkt op een oorlogsvisioen. Thuiskomen in deze pracht is bijna te mooi om waar te zijn. Dus ik sta te knipperen met mijn ogen. Ik wou dat iemand me kneep. Het kan toch niet waar zijn dat ik hier, werkelijk, leef.

semivrij

‘Waarom ben ik zo moe? Het is mijn vrije dag!’ zeg ik haar, maar al tijdens het praten weet ik het antwoord. De dag begon met een stuk schuren. Toen werd ik een uur lang geinterviewd voor de Linda, via de telefoon, wat ik beiden erg beangstigend vind. Vervolgens heb ik het bed verschoond en een monsterafwas gedaan. Daarna heb ik de geschuurde muren ivoorwit geschilderd. Dat maakt het grote werk in het huis nu af. Net als de meeste grote onderdelen van mijn projecten eindelijk naar standje herfst kunnen. De komende maanden alleen nog maar polijsten en sierwerk, graag.

Geluk

‘Geluk is een restproduct,’ denk ik op een onbewaakt ogenblik. Ik schrik er van. Met moeite ga ik de stappen na die voor deze gedachte kwamen. Over het moment dat ik leerde dat ik sociale angst had en dat andere mensen niet net als ik op hun tanden zaten te bijten. Hoe ik toen soms selectiever werd en soms juist niets meer uit de weg ging. Hoe ik leerde filteren wat mijn angst waard was, en wat niet. Geluk leek onbereikbaar, dus het was nooit mijn streven. Maar het kwam alsnog, als een restproduct van met mezelf willen leren leven.

Preventie

Ik vond dat ik te vroeg moest opstaan vandaag. Mijn huis was het daar mee eens en troostte me met dit uitzicht op een uur dat ik niet eerder had gezien. Geen betere preventie op deze  dag, maar ik kan er maar heel even in op gaan. Het is nog steeds niet koud, ik voel voor de verandering geen gevaar. Van het soort dat niet op je af stuift, maar je wel al een beetje treft. Ik ben bijna vierendertig jaar en de herfst snelt er aan. Al is het geen bange dag vandaag, toch wil ik een beetje weg.

Systeemdenken

Ik heb vragen over kinderen in het asielzoekersysteem. Met name kinderen die niet Lili of Howick heten, want daar heb ik wel genoeg vraagtekens bij gezien. Ik denk dat kinderen het best af zijn in hun eigen gezin, als die de kinderen ondersteuning, autonomie en veiligheid biedt. Waar dan ook ter wereld. Maar de kinderen die hier zitten en geen gezond familiesysteem hebben, moeten we die terug laten gaan? En de kinderen met een goed systeem die hier net zitten en aan de procedure beginnen, kunnen die niet sneller beoordeeld worden? Hoe werkt dat eigenlijk, ons asielzoekerssysteem? Werkt het wel?