Waarom kerst kut is
Ik leef een 20-60-20 leven. Twintig procent van al mijn uren zijn geweldig, ik krijg meer energie van wat ik...
Meer "Waarom kerst kut is"
De graadmeter
Ik kon als kind goed leren. Of nou ja, leren, ik kon veel informatie opslaan in mijn hoofd, op de...
Meer "De graadmeter"
De bodem
‘Het maakt niets uit’, dacht ik vaak, als ik de deur van mijn huis dicht trok. En ik was alles...
Meer "De bodem"
Groeien
Als ik een nieuwe vriendin kreeg, het serieus begon te worden, ik het echt ergens naar toe zag gaan, stuurde...
Meer "Groeien"

Waarom kerst kut is

Ik leef een 20-60-20 leven. Twintig procent van al mijn uren zijn geweldig, ik krijg meer energie van wat ik doe dan ik erin stop, er is meer zon dan ik had verwacht en mijn vage kennissen of verre collega’s blijken vrienden voor het leven. Zestig procent van mijn leven is in balans. Ik verlies niet meer energie dan ik bij kan slapen. Ik ben gemiddeld bang en niet hysterisch. Mijn werk is te moeilijk, of er is te weinig van, maar het trekken eraan of het vervelen is net te doen. En ik voel genoeg connectie met de mensen om me heen om me …

Ervaring

Wijsheid komt met de jaren, zeggen ze, maar ze vertellen niet wat wijsheid is. Ik dacht ooit dat het om intelligentie ging, maar die gaat juist achteruit. Toen vermoedde ik dat deze wijsheid lag in meer basale dingen, zoals elke ochtend op tijd uit bed komen, niet bang zijn voor een ontmoeting, een beetje weten waar het leven toe geleefd wordt. Als individu bespeur ik hierin geen verbetering. Het enige dat merkbaar vooruit gaat zie ik niet als wijsheid, maar als ervaring. Ik heb veel dingen al eens eerder gezien, zowel nare als goede, en het gaat allemaal uiteindelijk voorbij.

Derdewereldland

Als lesbienne heb ik vaak hoofdschuddend naar Amerika gekeken. Soms had een homo geen recht om zijn doodzieke vriend te zien in het ziekenhuis, zonder familieband. Dan werd er een baby met rechtszaken afgetroggeld van zijn homo-ouders. Hoe kon het dat een democratie zo categorisch ontkende dat ze mensenrechten schond, de eigen onderbuikgevoelens belangrijker vond dan die van de buren, niet onderkende hoe erg ze mensen kwetste met het blijven verloochenen van wat een minderheid voelt? Pas toen de pietenoorlog begon besefte ik hoe blind ik zelf was. Sindsdien voel ik me vanaf half november niet thuis in dit derdewereldland.

Dichter

‘Er is geen dichter die beweert geen dichter te zijn,’ verkondigde de man. Ik had me een beetje afgeschermd vanwege de grote livegang op mijn werk. Ik had me ook afgesloten voor het congres erna, omdat het onderwerp psychische ziektes was. Maar deze man sprak over dichters, en dat gedeelte van mij was blijkbaar nog direct aanspreekbaar. Ik was het grondig met hem eens dat flirten met psychische problemen een dichter kenmerkt. En grondig oneens dat dat de grootste angst is. Maar bovenal was ik grondig een dichter. Wel een onkarakteristieke blijkbaar. Mijn waanzin jaagt mij geen angst meer aan.

Bloedend huis

Ik check met de zaklamp of het lek in ons trappenhuis gaat druppelen als de douche aanstaat. De keukenkraan en vaatwasser hadden dat effect, de badkamerkraan niet, dus ik heb goede hoop. Een oud huis bloedt, denk ik, en ik zie het als vervelend, maar niet als pech, want pech heb je overal, en ik heb het geluk hier te wonen. Al is het op slechte dagen twee uur reizen naar mijn werk, het is mijn plek. En mijn lek. Dat nu gelukkig geen spoor van water laat zien. Vanavond houden we het droog, morgen zullen we wel verder zien.

Spelen

Ik zat met iemand van mijn dichtcursus in een cafe. Een zevendejaars filosofiestudent met een derdejaars psychobioloog. We wisten niet waar het leven ons brengen kon. Dichter bij onze kunst, hoopten we, en tegelijk verder er vanaf, want kunstdrift was ook toen wanhoop met een dun laagje vernis. We praatten niet zoveel, we wisten genoeg. De gapende afgrond die we deelden maar niet konden delen. Maar we waren studenten, die kregen toen de tijd om, voor het leven begon, er mee te spelen. Met de standaard van nu waren we aan het falen. Gelukkig waren we daarvoor net te vroeg.

Herfstperspectief

Elke dag lijkt intensiever. Alsof alles wat belangrijker is. Ik mis de cocon van gesponnen zonlicht, die alles wat er niet toe doet meteen tot een surrealistisch beeld schetst. De herfst is altijd zo vervlochten van besef. Alles is hyperrealistisch, met een door Hollywood geslepen bril, alsof er een diepere betekenis kan schuilen bij de opkomst van elk nieuw personage. En eigenlijk is dat ook zo, want betekenis bestaat bij de gratie van de betekenisgever, en elke scène belicht opnieuw mijn introperspectief. Ik probeer me over te geven, want het duurt maar zo kort, en ik heb het zo lief.

Zin in

Ik steek mijn hoofd voorzichtig weer uit het bed, waar ik sinds vrijdagavond in heb gelegen, Niet zozeer ziek, meer ingestort. Soms is het lekker om jezelf vergetend een hele trilogie uit te lezen en nergens anders meer aan te denken. Maar nu is het zondag, binnenkort moet ik er toch weer uit, het huis begint vast te stinken, mijn vriendin weet niet meer hoe mijn stem klinkt en ik ben vergeten hoe ‘buiten’ voelt. Met stramme benen loop ik een rondje langs de plas. En dan snel weer terug naar huis. Functioneren, ik heb er nog geen zin in.

Luxeprobleem

Ik loop zenuwachtig door de regen naar de fotoshoot voor het interview over sociale angst. Ik overwin de zenuwen ook deze keer, maar in elke volgende situatie zullen ze op komen zetten. ‘Je haar is nat,’ zegt de visagiste verbaasd, voordat we belanden in een gesprek over het verschil tussen sociale angst en sociopathie. ‘Bordeaux is je kleur’ en ‘je lip krult leuk’ zijn de opmerkingen van degenen die daarna om me heen zoemen. Ik voel me gestreeld en tegelijkertijd alleen. Dat is een luxeprobleem. Ik was bijna vergeten dat disconnectie met de wereld van anderen eigenlijk mijn normaal is.