Blogs in oktober 2018

Halloween

‘Niet open doen,’ app ik, als ik een horde kinderen met screammaskers tegenkom. Even later schiet ik mijn gangpad in en draai de deur voor de zekerheid dubbel op slot. De nepspinnewebben, de kostuums, de maskers en de suikergekte, ik snap dit festijn niet. Voor mij is het hetzelfde onbegrijpelijke idee als Sint-Maarten, aanbellen en om snoep bedelen bij mensen. Dat is mijn idee van horror. De Amerikanen hebben dat horrorelement helemaal uitgebuit. Een extra winterfeest, alsof ik nog niet genoeg gezellig gedoe had. De troep kleine duivels dwaalt weg, dus we eten ongestoord onze pompoensoep. ‘Totaal ongerelateerd’, zegt ze.

Naar blog

Het gaat

Het was vanochtend nog nacht, en een natte bovendien. Het kan niet altijd zomer zijn, zelfs niet als de hele wereldbol ettelijke graden in temperatuur stijgt. Misschien had ik de druilerigheid wel gemist, en anders had de lavendel op mijn balkon dat wel. Mensen stappen snel door de grijze lucht met dikke zwarte jassen en gerafelde donkere paraplu’s. Allemaal in schutkleuren, behalve ik. Mijn telefoon is naar de dokter, mijn afspraken beginnen laat en verder gebeurt er niet zo veel. Het was vanmiddag nog steeds natte nacht. Een medepassagier vraagt hoe het met me gaat. Ik vertel dat het gaat.

Naar blog

Middeleeuwen

‘Hij kan niet wachten tot de baby er is, zodat hij hem op zijn borst kan leggen’. Zelfs ik smelt ervan, de mensen die samen het grootste avontuur van hun leven beginnen; een gezin vormen. Ik begin over hechting, draagdoeken, jagers-verzamelaars die het beter deden met kinderen dan wij de afgelopen 500 jaar. ‘Het is toch bizar dat we nog steeds bezig zijn stukken van de middeleeuwen af te werpen’, onderbreek ik mezelf in mijn eigen betoog. Ik erger me soms als ik meegesleept word, ze lijkt het niet erg te vinden. ‘Die zin past zo in je honderd woorden.’

Naar blog

Echte stad

We nemen de watertaxi naar de Kop van Zuid, want in de vier maanden die we vanuit ons raam het meer op staren hebben we nog geen enkele keer op een boot gezeten. En dat gaat toch kriebelen. Een watertaxi is hier heel gewoon, net als wolkenkrabbers, biergartens en een metronetwerk dat de hele stad en ver daarbuiten beslaat. In Fenix Food Factory zien we hoe de voedselhallen er oorspronkelijk uitzagen, als een oud kraakpand waar ondernemers voor een habbekrats producten verkopen. ‘Een echte stad’ denk ik, als we teruglopen over de Erasmusbrug, de skyline tegemoet. ‘En mijn stad nu’.

Naar blog

Resort

Ik fiets langs een meer, door een bos, langs kassen in een veld, een stuk over een fietspadloze 90-km-weg naar het resort. Het blijkt al snel dat ik alleen kort in lege sauna’s piep en een klein rondje in het zoutmeer doe. Ik ben extreem verlegen, niet echt handig, serveersters verstonden mijn bestellingen niet. Het grootste gedeelte van de dag lag ik op zo’n zonneweide. Terug fietsen was niet echt een aanrader, vooral in het midden, toen ik alleen door de bomen de weg nog zag. Maar een leeg bos is altijd nog wat minder eng dan een volle sauna. […]

Naar blog

Wit mens

Ik heb een gedeelte van mijn boeken opgehaald. Mijn selectie is niet gebaseerd op intellectualiteit of wat ik wil uitstralen. Dit zijn de boeken die ik me nog kan herinneren, omdat ik ze vaak heb herlezen of omdat ze in een keer in mijn herinnering gegrift waren. Tegenwoordig lees ik een hele bibliotheek leeg op e-reader. Begin deze week over hoe Nederlanders na de tweede wereldoorlog de vrijheidsstrijders in Indonesië de dood injoegen. Op dit moment ‘Hallo witte mensen’, omdat ik een mens ben, en wit. Ook omdat ik van Indonesië ternauwernood iets afwist. En daar mijn vraagtekens bij heb. […]

Naar blog

Zonnebank

Ik ga langs Sundays, laat mijn pas zien, mijn huid scannen, de verbaasde uitroep ‘veel pigment voor een blondine’ langs me heen glijden en stap de zonnebank onder. Je krijgt er rimpels, huidkanker en een oranje gloed van. Ik vind het verschrikkelijk om mijn huis te verlaten. Na elke verhuizing moet ik me hiertoe zetten, elk jaar moet ik mezelf weer dwingen om mijn bed lang genoeg uit te gaan voor een kwartiertje grillen. Maar ik heb het gered. Mijn lijf en hoofd geloven tegen beter weten in dat ik in Portugal ben. Daar kan mijn daglichtlamp gewoon niet tegenop.

Naar blog

Koeienstront

Ik groeide op tussen de weidse velden. Ik ben zelfs in het bezit van dat gelukkige gen dat me bij koeienstront verrukt mijn neus laat ophalen. Waarom ik een stadsmeisje werd heb ik nog niet helemaal kunnen achterhalen. Mijn geschiedenislerares zei ooit; stadslucht maakt vrij. Ik denk dat ik dat zocht, een plek waar niemand me kende en niemand van mij opkeek. Maar nu, op tien minuten van een wereldstad, kijk ik de meeste dagen vanuit de verte naar de skyline. Dichtbij genoeg voor vrije lucht, ver genoeg voor koeienstront. Als ik hier weer vertrek, zou dat vooral mezelf verbazen.

Naar blog

Kinderschoenen

Ik zag mezelf altijd als meester over tekst en stagiaire van beeld. Ik heb alleen een rudimentair idee over vorm en lijnen. Dus noemde ik mezelf “geen beelddenker”. Ik zag pas hoe radicaal ik ernaast zat toen een echte tekstdenker zich over mijn verhalen boog. Mijn ‘jongste lessen’ worden ‘nieuwste lessen’, terwijl ik ze toch echt zie staan, waggelend in hun peuterschoenen, onmiskenbaar jong te wezen. Ik denk niet perse in beelden. Ik voel in beelden. Al die stromen zo precies geplaatste woorden zijn niet meesterlijk, maar een onbeholpen poging van deze stagiair om haar emoties een stem te geven.  

Naar blog

Stationstaal

Op Eindhoven station kun je deze week letters plakken. NS werkt mee aan stationstaal tijdens de Dutch Design Week. Een gedeelte van mij wil in die trein springen om eindelijk eens een gedicht in een station te hebben hangen. Een ander gedeelte van mij is blij dat ze vakantie heeft en de treintoeren deze week links -of, voor de letterlijke lezers, rechts- kan laten liggen. Dus hierbij een extreem luie oproep: mocht je langs station eindhoven komen deze week, plak een leuke zin voor me op en stuur een foto. Het maakt mij niet uit wat, als het maar raakt.

Naar blog

Belachelijk bevallig

Het is het gouden kwartiertje, het moment dat de zon zich na schitterende afwezigheid nog even laat zien. Mijn houten vloer lijkt verguld en het meer ligt er belachelijk bevallig bij. Ik vind mijn huis zo mooi dat ze soms pijn doet aan mijn ogen. Dat ik denk, ‘zo kan het wel weer’. Vooral als mijn humeur helemaal niet strookt met de schoonheid. Meestal krijg ik er gelukkig vlinders in mijn buik van. Verliefd op een huis, het kan. Net als met andere verliefdheden vergeet je een beetje hoe belangrijk het voor je is, tot je het niet meer mist.

Naar blog

Lege kast

De meeste van mijn boeken staan nog bij mijn ouders, en eigenlijk lees ik nauwelijks nog van papier. Maar de boekenkasten staren me nu al een paar dagen akelig leeg aan. Ik had de wand ook kastloos kunnen laten, maar een kale muur is ook maar kaal. Ik weet eigenlijk niet waar ik me druk om maak. Eigenlijk weet ik het dan weer wel. Morgen komen mijn vriendinnen langs. Ze zien me wel voor de eerste keer in een huis waarvan ik de inrichting helemaal zelf heb bepaald. Niets om zenuwachtig voor te zijn, maar natuurlijk ben ik dat toch.

Naar blog

Gezichten

Ik heb ooit gehoord dat ik dramatisch overkom. Dat ik lief lijk, maar dat niet ben. Dat ik besta uit rook en schaduwen. Die verschillende indrukken, van verschillende mensen, hebben me op verschillende momenten geraakt. Ben ik iemand, of speel ik dat ik iemand ben? Ik weet het niet. Mijn twee gezichten, misschien wel vijf, kan ik wel samen opschrijven. Als ik teruglees zijn momenten soms stellages van woorden geworden. Ik weet niet hoe ik anders het onzegbare moet zeggen. Deze chaos van woorden is niet de mooiste, maar wel de meest gelijkende schets die ik van mijn gezicht heb.

Naar blog

Psychologensofa

Ik heb van jongs af aan geleerd al mijn angsten rechtstreeks te confronteren, omdat ik dacht dat iedereen dat elke dag deed. Toen ik eindelijk in die psychologensofa geraakt was gaf ze me dan ook geen gereedschappen die ik nog niet kende. Maar ze vertelde me wel dat niet iedereen dit elke dag voelde. En zo leerde ik indirect toch iets compleet nieuws; het hoeft niet. Niet alle moeilijkheden zijn er om te confronteren, te overwinnen. Ik moet niet elke berg beklimmen. Ik klim nog steeds veel, maar ik klim niet zonder reden. En ik klim niet tegen elke prijs.

Naar blog

Authentiek ik

Een jongen vraagt me om een vuurtje op Rotterdam Noord. Ik steek mijn elektronische sigaret naar hem op. ‘Lekker, een echte sigaret,’ zeg ik. En besef dat ik lieg. Ik verlang er niet naar terug. Ik loop door de straten, waar de oranje lucht me volgt. Ooit wilde ik nooit meer uit Amsterdam weg,  niet eens zo lang geleden. Nu wil ik nooit meer terug. We veranderen allemaal, langzaam, doen alsof we altijd waren wie we nu zijn. Ons hoofd wil een coherent beeld van een authentiek ik. Die is er niet. Ik geloof dat ik daar blij om ben.

Naar blog

Afwasautomaat

Ik had mezelf beloofd in een huis met vaatwasser te gaan wonen. Na drie maanden op vrije dagen mega-aangekoekte pannen te schrobben stond hij er. Omdat mijn huis omvalt als je er alleen naar kijkt, stond mijn vriendin er op dat de afvoer werd gekeurd. Ze had gelijk. Vanmiddag was de loodgieter er weer, om niet alleen de aansluiting, maar ook alle pijpen die de keuken rijk is te vervangen. Nu stroomt de gootsteen gutsend door. De vaatwasser staat tevreden te zoemen. En ik, ik hoop vooral dat de badkamer het nog even volhoudt. Maar het is hier heerlijk afwasvrij.

Naar blog

Streken

De wereld geeft nog een voorschot van de komende lente, of een overschot van de overvloedige zomer. We fietsen naar een terras aan een meertje voor een cappuccino. Daarna naar huis voor een koffie op het balkon, waar we tien foto’s voor ons boek selecteren. ‘s Avonds is de warmte nog niet gaan liggen, dus doen we de kaasfondue buiten. Daarna haal ik eten dat mijn zus over heeft uit een te goed gevulde ‘to good to go’-zak (als je het nog niet kent, download de app). Een wilde zaterdag anno 2018. Maar wil niet iedereen eigenlijk zijn streken afleren?

Naar blog

De truc

Toen ik net begon met werken rolde ik van de ene ergenis in de andere. Hoe kon het dat het volwassen leven zo buitengewoon, tja, onvolwassen was? Ik had nog te veel idealen en te weinig realiteitszin. Dat hebben veel starters, en dat is maar goed ook. Want als mensen alleen zien wat er nu mogelijk is, verandert er nooit wat. Maar met idealen alleen verander je ook niets. Dat betekent niet dat je ze op moet geven. De truc zit hem erin je niet te ergeren aan de realiteit. Maar ook nooit te stoppen met je erover te verwonderen.

Naar blog