Boekdelen

Het verbaast me wanneer ik je zie. Toch wist ik dat je zou komen. De smsjes in mijn telefoon spreken boekdelen, maar die boekdelen maken nog geen boek. Tot tien minuten geleden vroeg ik me af ‘of’, en ‘als’. Maar je bent er. Ik kan je zien.

En ruiken, als je je over me heen buigt.

De verplichte drie zoenen. Mijn oom geeft ze ook. En mijn beste vriendin, en de meiden die ik eens in de maand tegen kom op weer een verjaardagsfeestje. De hele wereld doet het, één zoen, twee, of drie. Het betekent niets, een begroeting. Ik krijg zelfs niet de kans om me af te vragen of ik iets zal voelen. De derde zoen gaat voorbij voordat ik besef dat je echt bent.

Je ruikt als vroeger, je ruikt als thuis.

Uiteindelijk accepteert mijn hoofd je aanwezigheid. Het geeft zelfs de informatie dat je vlak naast me staat. Dat je tegen me praat. Dat je lippen bewegen en dat ergens, niet meer dan twee centimeter van mijn linkerzij, je huid zich moet bevinden. Strak gespannen om je heupen, je buik, je borsten, die ik ooit nog eens gezien heb. Toen ik nog semi-vrijgezel, student, en jaren jonger was.

Ik heb het allemaal alleen gezien, maar nooit aangeraakt. Volgens de beste lesbische traditie heb ik je gewild en mee uit gevraagd, gezoend. Maar ik heb je nooit verteld wat ik wil, jij hebt me nooit verteld wat je wilde. We hebben niet gesproken. De logische oplossing, die elke man en bijna elke vrouw kent, heb ik nooit toegepast. Hoeveel nachten je ook naast me lag, hoe dronken we ook waren, ik heb je nooit besprongen.

Was ik maar gewoon een vent.

Dan zat ik hier niet, willoos, bewegingloos, naast jou. Me af te vragen wat de juiste reactie is. Wat de volgende stap is, als er een volgende is. En zo niet, hoe ik terug moet stappen. Want je ogen vinden de mijne, en ik weet niet hoe ik ze los moet laten. Je hand glijdt in de mijne, en ik weet dat ik hem moet laten gaan. Ik wil je alleen niet laten gaan.

En ik weet niet hoe ik het moet vertellen, zonder dat je weer wegrent. Als ik volhard in het idee van een crush dan zou ik beter af zijn. Maar ik heb crushes gehad, honderden. Ik heb ze allemaal gewoon besprongen, ik heb ze allemaal gewoon laten gaan. Als je niet meer was dan dat, dan was er nu niets meer te vertellen.

Er is nog steeds iets te vertellen.

Ik ben geen vrijgezel meer, geen student, en jaren ouder. En jij bent net zo jong en net zo mooi. Je wilt weer rennen, je bent bezig met honderd dingen in één. Je signalen zijn overal, je woorden zijn niet voor je gevoelens bedoeld.

Je gaat ergens anders heen. Ik weet het, en ik wil je laten gaan. Gewoon, omdat ik niets anders te willen heb. Dit is het. Als je me kust voordat je weer verdwijnt. Één, en nog één. Op dezelfde wang. Niet zoals het hoort, niet als een afscheid. Maar het voelt goed, als thuis, als een plek om niet meer weg te rennen.

Het maakt niet uit wie ik ben, rennen doe je toch.

Ik wil je, ook als je rent. Ik wil je, en je bent welkom. Ik wil dicht bij je zijn. Dat is wat er nog te vertellen valt. Dat is wat ik je zou moeten vertellen. Ik kan de woorden nu vormen en daarmee boekdelen spreken, maar mijn boekdelen zouden het boek sluiten. Dus ik zwijg en laat je gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge