Bad

Mijn voeten blijven ijsklompen. Ook met mijn handen en het puntje van mijn neus gaat het niet goed. Ik weet dat er een instant oplossing is; heet water. Dus ik vul het bad. Dit is mijn eerste keer in dit huis, ik zit vooral in de winter in bad. Die kwam onverwacht, twee dagen geleden zat ik nog op een terras. Gelukkig heeft dit bad armsteunen en een zachte welving voor mijn hoofd in plaats van een harde rand. Maar als ik opsta, helemaal verwarmd, val ik met een klap weer in het bad. Toch nog een minpuntje; te glad.

Haast

Ik ben bezig met een artikel dat ik wil schrijven, als ik de tijd op mijn laptop zie. Kwart voor een. En ik moet nog douchen, me opmaken, een mooie jurk aantrekken. Onderweg naar de badkamer heeft mijn vriendin me gevangen. Ze denkt dat dit het juiste moment is voor een knuffel, maar ik dacht het niet. Nog geen twintig minuten later zit ik mopperig op de fiets. Het licht is te fel, de wind te hard, tien minuten fietsen te ver. Maar bij aankomst ben ik dat allemaal vergeten. Wat een heerlijke dag om met mijn vriendin te daten.

Ervaring

Wijsheid komt met de jaren, zeggen ze, maar ze vertellen niet wat wijsheid is. Ik dacht ooit dat het om intelligentie ging, maar die gaat juist achteruit. Toen vermoedde ik dat deze wijsheid lag in meer basale dingen, zoals elke ochtend op tijd uit bed komen, niet bang zijn voor een ontmoeting, een beetje weten waar het leven toe geleefd wordt. Als individu bespeur ik hierin geen verbetering. Het enige dat merkbaar vooruit gaat zie ik niet als wijsheid, maar als ervaring. Ik heb veel dingen al eens eerder gezien, zowel nare als goede, en het gaat allemaal uiteindelijk voorbij.

Derdewereldland

Als lesbienne heb ik vaak hoofdschuddend naar Amerika gekeken. Soms had een homo geen recht om zijn doodzieke vriend te zien in het ziekenhuis, zonder familieband. Dan werd er een baby met rechtszaken afgetroggeld van zijn homo-ouders. Hoe kon het dat een democratie zo categorisch ontkende dat ze mensenrechten schond, de eigen onderbuikgevoelens belangrijker vond dan die van de buren, niet onderkende hoe erg ze mensen kwetste met het blijven verloochenen van wat een minderheid voelt? Pas toen de pietenoorlog begon besefte ik hoe blind ik zelf was. Sindsdien voel ik me vanaf half november niet thuis in dit derdewereldland.

Dichter

‘Er is geen dichter die beweert geen dichter te zijn,’ verkondigde de man. Ik had me een beetje afgeschermd vanwege de grote livegang op mijn werk. Ik had me ook afgesloten voor het congres erna, omdat het onderwerp psychische ziektes was. Maar deze man sprak over dichters, en dat gedeelte van mij was blijkbaar nog direct aanspreekbaar. Ik was het grondig met hem eens dat flirten met psychische problemen een dichter kenmerkt. En grondig oneens dat dat de grootste angst is. Maar bovenal was ik grondig een dichter. Wel een onkarakteristieke blijkbaar. Mijn waanzin jaagt mij geen angst meer aan.

Bloedend huis

Ik check met de zaklamp of het lek in ons trappenhuis gaat druppelen als de douche aanstaat. De keukenkraan en vaatwasser hadden dat effect, de badkamerkraan niet, dus ik heb goede hoop. Een oud huis bloedt, denk ik, en ik zie het als vervelend, maar niet als pech, want pech heb je overal, en ik heb het geluk hier te wonen. Al is het op slechte dagen twee uur reizen naar mijn werk, het is mijn plek. En mijn lek. Dat nu gelukkig geen spoor van water laat zien. Vanavond houden we het droog, morgen zullen we wel verder zien.

Spelen

Ik zat met iemand van mijn dichtcursus in een cafe. Een zevendejaars filosofiestudent met een derdejaars psychobioloog. We wisten niet waar het leven ons brengen kon. Dichter bij onze kunst, hoopten we, en tegelijk verder er vanaf, want kunstdrift was ook toen wanhoop met een dun laagje vernis. We praatten niet zoveel, we wisten genoeg. De gapende afgrond die we deelden maar niet konden delen. Maar we waren studenten, die kregen toen de tijd om, voor het leven begon, er mee te spelen. Met de standaard van nu waren we aan het falen. Gelukkig waren we daarvoor net te vroeg.

Herfstperspectief

Elke dag lijkt intensiever. Alsof alles wat belangrijker is. Ik mis de cocon van gesponnen zonlicht, die alles wat er niet toe doet meteen tot een surrealistisch beeld schetst. De herfst is altijd zo vervlochten van besef. Alles is hyperrealistisch, met een door Hollywood geslepen bril, alsof er een diepere betekenis kan schuilen bij de opkomst van elk nieuw personage. En eigenlijk is dat ook zo, want betekenis bestaat bij de gratie van de betekenisgever, en elke scène belicht opnieuw mijn introperspectief. Ik probeer me over te geven, want het duurt maar zo kort, en ik heb het zo lief.

Zin in

Ik steek mijn hoofd voorzichtig weer uit het bed, waar ik sinds vrijdagavond in heb gelegen, Niet zozeer ziek, meer ingestort. Soms is het lekker om jezelf vergetend een hele trilogie uit te lezen en nergens anders meer aan te denken. Maar nu is het zondag, binnenkort moet ik er toch weer uit, het huis begint vast te stinken, mijn vriendin weet niet meer hoe mijn stem klinkt en ik ben vergeten hoe ‘buiten’ voelt. Met stramme benen loop ik een rondje langs de plas. En dan snel weer terug naar huis. Functioneren, ik heb er nog geen zin in.