Dagboek  in precies 100 woorden.

Luguber sprookje

Luguber sprookje

De maan schijnt door de bomen, een kleine sikkel van licht. Ik begrijp waar het sinterklaasliedje vandaan komt. Over twee dagen klimt de eeuwenoude man voor het laatst in 2016  over onze daken heen. Het kind dat ik ooit was vindt dat een opluchting. Het was allemaal nogal intimiderend. Het grote boek waarin al mijn zonden stonden, de roe en de zak naar Spanje, de schoot van die gerimpelde man, en dan die veel te zwarte knechten. Dit kind was blij toen het ‘feest’ niet meer dan een luguber sprookje bleek te zijn. Mijn geheimen bleken dan toch van mij.

Lees meer
Ik claim de vloer

Ik claim de vloer

Een veel te fijne dag. Op mijn werk het einde van een bijzonder lang maar ook erg mooi project. Een vriend die graag ziet hoe ik de vloer claim voor mijn eigen verhaal, en weet hoeveel moeite me dat ook kost. Zoveel mensen die me vertellen ze te bellen als ik me verdrietig voel. Een avond als een achtbaan, ergens tussen angst voor kleine dingen en speels gelach, gezang zelfs, met mensen die me bijna te dierbaar zijn. Een arm om me heen, even die bijna vergeten warmte. En hoe dat gapende gat in mij in een langgehoopte slaap valt.

Lees meer
Wie bel ik

Wie bel ik

Ik zit in een trein die verrassend genoeg rijdt en lees de tekst door die ik uit mijn hoofd moet kennen. Af en toe gniffel of snuif ik hardop. De vrouw naast me snuift ook, maar niet om dezelfde reden. Haar handen tikken op de stoel, haar ogen zijn rood. Ergens na Diemen-Zuid belt ze. Ze vertelt over een zware dag, nare collega’s, kantoorpolitiek. Een mij onbekend persoon luistert ergens naar haar woorden. Het maakt haar rustig. Ik ben blij voor haar, maar ook een beetje droevig. Als ik op haar stoel zat, weet ik niet wie ik bellen zou.

Lees meer

Brief aan een toekomstige geliefde

Ik wil aan je schrijven, maar ik weet niet wat ik je vertellen kan. Ik had je duizend rozen moeten sturen en op je stoep staan zingen van het nieuwe seizoen. Ik denk dat er in mijn hoofd niet genoeg ruimte voor je is, maar het is zeker ruim genoeg in mijn hart. Daar is een plekje voor je vrij, langer dan vandaag of gisteren, en meer dan groot genoeg voor nu en morgen. Geef me een jaar, of vijf. Ik ben ergens onderweg naar jou. En jij bent hier ver vandaan. Maar misschien al op je weg naar mij.

Lees meer

Mooie winter

Ik spreek namens iedereen als ik zeg: het is koud. En natuurlijk heb ik mijn handschoenen nog niet teruggevonden. Dus ik fiets in sneltreinvaart langs de berijpte en bemiste velden. Grappig dat ik ze zie. Nog geen jaar geleden keek ik niet op of om, ik fietste omdat het licht in mijn hoofd gaf. Twee jaar geleden had ik geen fiets, en geen licht in mijn hoofd. Nu krijg ik, halfbevroren, tijdens de tocht het eerste rotje van het jaar naar me toe geworpen. En zelfs terwijl ik mijn ogen dichtknijp denk ik nog; wat kan de winter mooi zijn.

Lees meer