Reflectie

‘Ik kan slecht tegen mensen die geen zelfreflectie hebben.’ Dat zeg ik af en toe, ik zeg het zelfs hardop, en het voelt nog waar ook. Maar, in het kader van de zelfreflectie, reflecteer ik even terug naar periodes dat ik mezelf ook helemaal niet gereflecteerd zag. Ik heb het sterke vermoeden dat ik nu nog steeds filters, schaduwen, of regelrechte leugens als mijn eigen gezichtstrekken zie. Misschien kan ik alleen maar slecht tegen mensen die een andere reflectie zien dan ik. Of bedoel ik met zelfreflectie wel het vermogen om je eigen reflectie door andermans ogen te durven herzien.

Bruggen knuffelen

Speciaal voor iedereen die zich afvraagt of mijn neiging tot knuffelen zich enkel uitstrekt tot nieuwe meubels; het antwoord is een duidelijk nee. Buiten mijn huis knuffel ik levende organismen, zoals padden, bomen en graszoden, maar soms ontsnappen ook stoelen, gebouwen, of in dit geval een brug, niet aan mijn grijpgrage armen. Freud zou hebben gezegd dat ik in een of andere fase ben blijven hangen, meteen ook een verklaring voor mijn neiging dingen in mijn mond te stoppen. Dat laatste beperk ik trouwens. Mensen kijken me altijd zo raar aan als ik op een stuk boomschors loop te kauwen.

Dweil

Ik ben echt een beetje een dweil de laatste tijd, je kunt me uitwringen. Gisteren stond ik te snikken tijdens het ja-woord op een bruiloft. Dat is op zich geen hele vreemde reactie, misschien zelfs wel een heel logische. Maar vandaag barstte ik in snikken uit tijdens The Voice. Het was om een zin als ‘als je niet meer van haar houdt doe ik het wel voor twee.’ Ook dat gebeurt me vaker, maar even later liepen mijn ogen alweer vol tijdens de een aflevering van First Dates. Het zal de liefde wel zijn, die krijgt me altijd weer klein.

Goedheiligman?

Ik ben misschien de enige, maar ik hield als kind niet van Sinterklaas. Ik vond het niet prettig dat hij alles van me wist en opschreef in zijn boek. Ik vond het ook niet leuk om op schoot te zitten. Die man bleek meestal niets over me te weten, wat me enigszins gerust stelde. Helemaal gerust was ik pas toen hij niet bleek te bestaan. Naast trots dat ik dat had ontdekt, voelde ik vooral opluchting. Het is maar goed dat ik ben opgegroeid zonder godsdienst. De enige die alles van me weet is Google, en die oordeelt (nog) niet.

Bad

Mijn voeten blijven ijsklompen. Ook met mijn handen en het puntje van mijn neus gaat het niet goed. Ik weet dat er een instant oplossing is; heet water. Dus ik vul het bad. Dit is mijn eerste keer in dit huis, ik zit vooral in de winter in bad. Die kwam onverwacht, twee dagen geleden zat ik nog op een terras. Gelukkig heeft dit bad armsteunen en een zachte welving voor mijn hoofd in plaats van een harde rand. Maar als ik opsta, helemaal verwarmd, val ik met een klap weer in het bad. Toch nog een minpuntje; te glad.

Haast

Ik ben bezig met een artikel dat ik wil schrijven, als ik de tijd op mijn laptop zie. Kwart voor een. En ik moet nog douchen, me opmaken, een mooie jurk aantrekken. Onderweg naar de badkamer heeft mijn vriendin me gevangen. Ze denkt dat dit het juiste moment is voor een knuffel, maar ik dacht het niet. Nog geen twintig minuten later zit ik mopperig op de fiets. Het licht is te fel, de wind te hard, tien minuten fietsen te ver. Maar bij aankomst ben ik dat allemaal vergeten. Wat een heerlijke dag om met mijn vriendin te daten.

Ervaring

Wijsheid komt met de jaren, zeggen ze, maar ze vertellen niet wat wijsheid is. Ik dacht ooit dat het om intelligentie ging, maar die gaat juist achteruit. Toen vermoedde ik dat deze wijsheid lag in meer basale dingen, zoals elke ochtend op tijd uit bed komen, niet bang zijn voor een ontmoeting, een beetje weten waar het leven toe geleefd wordt. Als individu bespeur ik hierin geen verbetering. Het enige dat merkbaar vooruit gaat zie ik niet als wijsheid, maar als ervaring. Ik heb veel dingen al eens eerder gezien, zowel nare als goede, en het gaat allemaal uiteindelijk voorbij.

Derdewereldland

Als lesbienne heb ik vaak hoofdschuddend naar Amerika gekeken. Soms had een homo geen recht om zijn doodzieke vriend te zien in het ziekenhuis, zonder familieband. Dan werd er een baby met rechtszaken afgetroggeld van zijn homo-ouders. Hoe kon het dat een democratie zo categorisch ontkende dat ze mensenrechten schond, de eigen onderbuikgevoelens belangrijker vond dan die van de buren, niet onderkende hoe erg ze mensen kwetste met het blijven verloochenen van wat een minderheid voelt? Pas toen de pietenoorlog begon besefte ik hoe blind ik zelf was. Sindsdien voel ik me vanaf half november niet thuis in dit derdewereldland.

Dichter

‘Er is geen dichter die beweert geen dichter te zijn,’ verkondigde de man. Ik had me een beetje afgeschermd vanwege de grote livegang op mijn werk. Ik had me ook afgesloten voor het congres erna, omdat het onderwerp psychische ziektes was. Maar deze man sprak over dichters, en dat gedeelte van mij was blijkbaar nog direct aanspreekbaar. Ik was het grondig met hem eens dat flirten met psychische problemen een dichter kenmerkt. En grondig oneens dat dat de grootste angst is. Maar bovenal was ik grondig een dichter. Wel een onkarakteristieke blijkbaar. Mijn waanzin jaagt mij geen angst meer aan.