Vliegend hart

mijn ogen zijn wit en tranen niet meer mijn voeten ze dansen het huis op en neer, mijn huisgenoot grapt, van mijn zwaarte beroofd, dat hij ze ziet vliegen, hartjes, boven mijn hoofd

Snoeppot

ik wil met mijn hand in de koektrommel en die ene graaien die gemist wordt ik wil me volstoppen uit de kast met snoep en met mijn vingers in de honingpot ik hoor dit niet te willen willen, maar soms laat ik loslaten los je stiekem willen om het willen, is mijn allerzoetst genot

Versmelten

ik weet niet meer wie ik zijn moet als wie ik was voor jou je niets meer zegt ik kende alleen de vrouw van jou nu is zij niet ergens of zelfs maar echt verliefd versmelten lijkt heel natuurlijk tot je ineens weer iemand moet zijn na verlaten, verloren, wil ik wel weer herboren, maar nooit meer terug naar deze pijn

Strand

wind in haar zeilen haar roer nog onbemand is ze plotseling van de kade op open zee beland ze kreunt en ze smeult, ze ontkwam maar net de brand, ze rampt en ze tampt, maar ze drijft, ze houdt stand, en ik laat me meevoeren, voor mij even geen land, waarheen, wie zal het weten ik kies daarin geen kant; ik zie wel waar ze strandt

Raak me

welke warmtebron koelt niet af welk verlangen draagt je tot het graf welke drift drijft je van hier naar daar waar blijft mijn hart van overslaan waarom heb ik zin in het bestaan wat bepaalt de koers waarop ik vaar, wat raakt je, raakt me, spoort ons aan, om na elke val weer op te staan, wie roert en leidt en stuwt ons maar, wat bespeelt die allerdiepste snaar?

Alleen maar

ik wil alleen maar heel dicht bij je, je warmte voelen, je huid net niet dat af en toe je haar me raakt als je even kijkt, en me echt ziet ik ben heel groot maar dat is spel het masker knelt, ik voel de pijn, ik wil alleen maar heel dicht naast je, om bij je, met je, klein te zijn

Ik hield je slechts

vreemd hoe die bekende krullen op je vertrouwde schouders rusten en hoe de vrouwen van de avond hopen dat je hen zult kussen het is geen keuze maar een kans die je in mijn armen brengt en me ontglipt voordat ik weet of je toch soms aan me denkt je zal gaan, je verdwijnt, vrijheidsheidsdrang of verdriet ik had je nooit, ik hield je slechts totdat je me weer verliet en ik wil je nog, maar ik mis je niet.

Bijna gekust

zo erg is het niet dat ik van je droom dat je lippen in de nacht de mijne circuleren even licht open dat bijna geproefd dat vergeef ik mezelf geen meerdere keren de kreun in mijn keel zo erg wist ik niet zo ver verwijderd van vaste grond niets ervan waar toch zo bijna gekust en zo dichtbij die glimlach om mijn verraderlijke mond