Lipsticklesbo

Er zijn twee vragen voor een vers-uit-de-kast-lesbienne. De meest gehoorde is ‘Hoe doen jullie lesbiennes dat nou in bed?’ Daar kan ik altijd heel veel over vertellen, maar eigenlijk wil niemand dat echt horen. Wat men wil weten is of we niet iets ‘missen’.

Nee dat doen we niet. En of we scharen. Ik kan vanuit een groot percentage van de vrouwen zeggen dat scharen iets uit pornofilms is dat niet op de bekken- maar op de lachspieren werkt. Misschien zijn er meiden die het kunnen waarderen, zo’n voet in je gezicht, maar over het algemeen denk ik dat het hele standje verzonnen is door mannen met verdomd weinig fantasie. ‘Als het niet in elkaar kan moet het maar tegen elkaar aanschuiven,’ dat idee.

De tweede vraag doet meer pijn.

‘Zou je niet liever hetero willen zijn?’ Op die vraag heb ik altijd keihard nee gezegd. Als iemand mij de pil aanbood voor heteroschap zou ik het vervloeken als de paus de anticonceptie. Als ik een merkteken opgedrukt kreeg die me kwalificeerde als lesbienne zou ik het naar me toe trekken als de paus piemeltjes. Kortom. Nee.

Maar tijden veranderen. Misschien zou ik nu liever hetero zijn. Want waar ik het vroeger nog charmant vond om een homomannen-bar in te gaan en mensen moeten vertellen dat ik lesbisch ben, vind ik het inmiddels vervelend worden. Laat ze maar in de illusie dat ik de zoveelste faghag ben. Vroeger wilde ik mannen op straat het liefst slaan omdat ze me bleven aanspreken. Maar nu laat ik ze maar in de waan dat ik geïnteresseerd kan zijn, want aandacht is aandacht.

En van vrouwen krijg ik die niet.

Ik ben lesbisch tot aan mijn botten, tot de bacteriën die leven op mijn botten, zelfs tot op de botten die de bacteriën op mijn botten zouden hebben als het gewervelde dieren waren geweest. Maar ik ben gewoonweg niet pot genoeg. Als ik op straat loop met mijn rode lippen, hoge hakken en korte jurkjes, ben ik een prooi voor elke man. Als ik mezelf verloochen en een blouse en all-stars aantrek, ben ik dat nog steeds. Maar in een lesbisch café zal nooit iemand zijn hoofd omdraaien. Behalve dan voor die ene vraag. ‘Ben jij wel lesbisch?’

Ik heb een bloedmooie vriendin die mensen wel even van me denken te kunnen afpakken omdat ik toch een nep-bi ben. Ik heb leuke meisjes om me heen die voortdurend weggesleept worden. Ik ben geen prooi, ik ben dat nooit geweest. Maar het zou zo fijn zijn als iemand eens op mij zou jagen. Want net als de bi, trans en de extreem mannelijke vrouw voel ik me soms buitengesloten. Niet eens in de heterowereld, maar in de wereld waar ik thuis zou moeten horen.

En nee, ik ga geen zelfmoord plegen nu.

Het is geen probleem om een zacht gezicht te hebben en de lippen van mevrouw Jolie. Het is geen probleem om altijd veel cleavage, kont en heupen te hebben als je je daar bij thuisvoelt. Het is geen probleem om geen anorexia-type met een stoer androgyn figuur te zijn. Toch? Niet echt, want ik heb tenslotte al mijn eigen bloedmooie, anorexia-androgyne vriendin. Maar toch maakt het mij, uitgerekend mij, onzeker.

‘Genoeg sentimentele onzin. Wat doen jullie nou in bed?’ vraag je je nu waarschijnlijk af. Maar naar het volledige antwoord luistert toch niemand. Dus volstaat dit: in ieder geval genoeg om de buren te laten klagen over geluidsoverlast. Herhaaldelijk. ‘En wil je niet liever hetero zijn?’ Nooit. Maar mocht er een medicijn voor geaardheden komen, dan zou ik overwegen om mijn eigen godsdienst harder te verloochenen dan de roomskatholieke kerk. Misschien slik ik die pil. Als die me het uiterlijk kan geven dat herkend wordt.

Als het me een ‘echte’ lesbienne maakt.

Ik verlies nooit mijn geduld met die eindeloze vragen naar seks en geaardheid. Maar stiekem verlies ik mijn geduld met het feit dat een lipsticklesbo zich altijd moet verdedigen. Dat ze, wat ze ook doet, geen ‘echte’ lesbienne blijkt te zijn. Toch denk ik dat ik ook deze ´stoere´pil uiteindelijk weg zou gooien. Want ik ben, in dit geval, niet degene die moet veranderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge