Zwangere lucht

Het is meer dan vijfentwintig graden, en de lucht is vochtig. Ik lig op mijn rug, adem diep en kijk door mijn wimpers hoe je jezelf uit het laken bevrijd. Elke beweging gaat in slowmotion, alsof we in een wereld zijn geplaatst met een andere tijdsbeleving. Hier binnen is de airco aan, maar mijn lichaam heeft zich al aangepast aan het zand, de zeelucht, en de palmbomen in de verte. Jezelf dwingen om iets binnen een bepaalde tijdspanne te halen is een idee uit een andere wereld.

Een wereld met kille winters en natte zomers.

Als je het raam openzet bereikt een vleugje zware lucht me. Zwanger van zomerzon en tropische bloemen, met een kleine stekelige vlaag van cactus. Het is veel te zoet om ooit een succes te worden in een flesje. Te gemaakt vrolijk, te stiekem gevaarlijk. Ergens anders zou het aandoen als wc-verfrisser of hemaparfum. Hier is het niet in alcohol verdronken en door een verstuiver gekropen. Hier is deze geur zo echt als de blauwe lucht en de kristalheldere zee.

Ik trek mijn wimpers verder open.

Je staat voor het open raam en staart in de verte. Het laken plakt aan je benen. De pogingen om je los te maken zijn halverwege gestaakt, al speel je nog steeds gedachteloos met de stof. Rode striemen sieren je nog altijd bleke, met sproeten bezaaide rug. En je ogen weerspiegelen de oceaan, die barst op het zand, langzaam terugrolt en opnieuw aanvalt, in een machteloze poging om het land te overwinnen. Blauw, groen, grijs. Overwinnen, nemen, terugtrekken.

Voorzichtig beweeg ik mijn been.

Ik zwaai hem over het bed heen. Een kleine golf trekt na, van mijn onderbuik recht naar mijn hoofd. Ik wacht tot hij overspoelt. Dan strek ik mijn andere been uit. Een douche, wat kleren, en een paar uur. Dat is wat ik nodig heb om helder op het vliegveld aan te komen. In plaats daarvan loop ik naar je toe. Ik streel de lijnen op je rug en kijk in dezelfde richting als jij. Ik weet niet of we hetzelfde in de golven zien, maar ik hoef niet meer dan dit. Je huid tegen de mijne. Je hand die me zachtjes vastpakt. Je ogen, blauw, groen, grijs.

Het laken valt van je af.

Je draait je om, duwt me richting het bed. Het is jouw beurt om mijn rug met je nagels te striemen. Het is jouw kans om een afdruk op mijn lichaam na te laten. Je streelt me alsof het bed snel weer leeg is. Je kust me alsof ik er morgen niet meer zal zijn. Je stort je op me als de oceaan op het strand, en ik laat het bed achter alsof de zee hier daadwerkelijk geweest is. Straks zal de zoete lucht ons matras weer drogen. Wanneer ik weer door mijn wimpers gluur probeer ik te geloven dat tijd een idee uit een andere wereld is, een wereld van koude winters en regenachtige zomers. Ik probeer te doen alsof ik niet naar die wereld hoef terug te keren.

Maar het is niet meer dan een machteloze poging.

Je strekt je uit over het natte matras en ik streel zachtjes je vochtige krullen. Er is nu geen tijd meer voor een paar uur, een douche, misschien zelfs niet voor kleren. Ik stap voor de laatste keer het bed uit en duw mijn spullen de koffer in. Je staart voor je uit alsof je vanuit het bed de oceaan kan zien. Ik neem nog een paar minuten om dezelfde richting in te kijken. Nog één keer ademen we dezelfde wc-verfrisserslucht in, voordat ik naar mijn taxi ren. Je ogen zijn het laatste wat ik van je zie. Net zo onverbiddelijk grauw als een Nederlandse zomerdag.  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge