We willen allemaal naar huis

naar-huisIk was 18 en zat in de bus van Hilversum naar Laren. Op weg naar mijn toenmalige vriendin. Het regende buiten, de ramen waren beslagen. Voor me zaten vier mannen net te luidruchtig te praten over hun advocatenkantoor.

In de bus was het druk, en het vocht wasemde van onze kleren. Toen een man in het midden ineens begon te stuiptrekken, sloeg in eerste instantie niemand alarm. Iedereen had het te druk met naar de velden staren, We wilden allemaal naar een plek van warmte en veiligheid.

Maar al snel brak de paniek uit. Een dame naast de man probeerde nog geruststellend te zeggen dat hij een epileptische aanval had. Maar in de bus ging het praten al snel over op schreeuwen. Het is een plek van microrevoluties, zoals Sinan Çankaya zo treffend schrijft.

En ook in deze bus was duidelijk wie er in Nederland aan de top van de voedselketen staan. De veertigjarige advocaten dirigeerden de buschauffeur naar de kant. Deze chauffeur stond te trillen op zijn benen toen hij een ambulance belde. Er zijn masochistische honden achter het stuur, maar dit was er niet eentje van.

Een paar rijen achter de man met de epileptische aanval, probeerde een Surinaamse vrouw van rond de veertig in de buurt te komen. “Ik ben verpleegkundige,” riep ze. Niemand liet haar erdoor. Één van de advocaten draaide zich om. “Geen paniek, we roepen hulp in,” zei hij haar gedecideerd. De andere passagiers tut-tutten beleefd, terwijl ze zich tussen de vrouw en het slachtoffer in bleven zetten.

“Is dit omdat ik zwart ben?” zei de vrouw. Het klonk boos, vechtlustig. Alsof er een handgemeen kon komen. Alsof het een discussie kon worden. En daar had duidelijk niemand trek in. We wilden allemaal gewoon naar huis.

“Blijft u toch rustig zitten mevrouw,” zei advocaat nummer twee. Ze hadden nu de hele bus in hun ijzersterke greep. De reisgenoot van de patiënt had haar pogingen opgegeven om uit te leggen dat een ambulance hen onnodig veel geld en moeite kostte. De verpleegkundige kon het schudden.

Ik had niet veel mensen van kleur gezien in mijn tot dan toe uiterst geprivilegieerde leven.  Ik denk dat ik, ook na zo’n slordige 13 jaar in Amsterdam, het nog steeds volmondig eens kan zijn met Gloria Wekker als ze zegt, je kent er te weinig. Maar ik mag hopen dat ik, mocht ik ooit weer in zo’n situatie terecht komen, anders zou reageren.

Nu was ik blij dat het rumoer over was. De man in de ambulance. De buschauffeur met een advocatencompliment op zak, hij had het “uitstekend gedaan.” De vrouw op haar plek gezet.

Ik begroef de herinnering diep, want ergens voelde ik een rare klomp in mijn maag. Alsof er iets niet klopte, alsof iets in mij protesteerde, alsof ik mijn mond open had moeten doen.

Ik denk soms terug aan dat incident. Als ik mensen met vuur Zwarte Pieten hoor verdedigen -daar heb ik trouwens nog wat meer over te zeggen. Als ik lees over hoe deze dokter niet bij een patiënt wordt gelaten. En bij elk woord over deze schandalige vertoning.

Het zet me te denken. Als dit nu was gebeurd, zou ik ook gewoon naar huis willen? Of was ik dan wel opgestaan?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge