Ongelooflijk

Er was iets van dageraad toen ik op het onchristelijke of onmozese of ongoddelijke tijdstip van half 8 mijn trein betrad. Toen ik er rond half negen uitklom was de lucht een onwerkelijk blauw en glom de zon net boven de daken uit. In onfebruarische overmoed haalde ik een cappuccino onderweg, alsof ik de wereld niet zat was, en bulderde een zacht ‘ongelooflijk’ uit. In me ontvouwde iets, iets van hoop, iets van macht, iets van belofte, iets van zin in wat er voor me lag. Iets waarvan ik elk jaar het bestaan vergeet en toch altijd, onstuitbaar, weer ontwaakt.

Automatische concepten
11-februari-lentezon

Geef een reactie