Spam

“Long time no see” staat er in het onderwerp van mijn mailbox. En dan de naam. Jennifer K. Vreemd genoeg voel ik meteen de lichamelijke reactie. Nog voordat mijn hoofd beseft wat de letters eigenlijk voor woorden vormen, en voordat de woorden betekenis krijgen, slaat mijn hart over, zweten mijn handen en trilt een spier ongecontroleerd ergens diep verborgen onder de vettige laagjes van mijn kont.

Jennifer Kinners.

Dag na dag, als ik haar toevallig tegenkwam, volgde ik haar stiekem naar de juiste klas. Dinsdag 11.20, a4b, schreef ik dan in mijn agenda. Of iets dergelijks. Ik schreef zoveel uren, dagen, weken, maanden, tot ik haar rooster compleet had. En dan maar zorgen dat ik op de juiste plek stond. Tussen elke les. Op die trap die ze soms nam. Bij het lokaal waar ze aan moest komen. Om haar, zomaar, onverwachts meewarig aan te kijken. En dan dat gevoel te krijgen dat geen alcohol, seks of een dodelijk sollicitatiegesprek ooit meer kan geven. Onversneden adrenaline.

How are you?’ zegt de mail.

Hoe gaat het? Ja prima. Op de shock na, mijn bilspier heeft al heel lang geen dergelijke oefening meer gehad. Ik schud hem even recht, om de vetlaagjes wat te ontlasten. Maar mijn hart slaat nog steeds drie keer per seconde. Een pijnlijk bekende kramp. Ik denk aan het donkere haar.Twee felle ogen in een verder onopvallend gezicht. Hoe de sneeuw dan viel en kleine kristallen achter liet. Op dat donkere krulhaar.

En hoe ik haar dan zag, vlak na de pauze.

11.15, dinsdagmiddag. Ze zei ‘wacht even,’ tegen haar vriendinnen en  liep naar haar kluisje. Plotseling keek ze me recht aan. Ik kreeg zomaar een vol uitzicht op haar onopvallende gezicht. Adrenaline, blubberknieen. Met grote knielaarzen stampte mijn beste vriendin Veri de hoek om. Veri keek naar me, zoals mensen kijken als ze een overreden egel zien; het is zo zielig, maar wat een verschrikkelijke kledderboel. ‘Rennen, we hebben nog twee seconden!’ siste ze. En ik liep mee, halfslachtig, maar snel. Met mijn hoofd terug de hoek om, waar Jennifer aan zou komen.

Wat was ik nog naief.

Er was nog geen facebook om te leren hoeveel onnozele spelletjes Jennifer zou spelen, of hyves om te zien dat ze me zou ergeren tot de dood. Toen kon een vrouw op afstand nog een god zijn. En dat was precies goed. Al kon ik de taalgebieden in mijn hersenen niet meer vinden. Al beefde de vloer onder mijn voeten en rolde het speeksel machteloos door mijn mond. Ze was tot de dag van vandaag mijn beste adrenalineshot.

‘I am a single lady of 25 years old’ zegt mijn mail.

Ik weet best dat de mail van één of andere Poolse afzetter is, maar het klinkt nog steeds als de Jennifer die ik kende. Mijn hersenen hebben mijn billen weer doen stoppen met trillen en ik voel het bloed weer uit mijn hoofd trekken. Het laat een bekend kloppend gevoel na.‘I believe and also have the feeling that in today’s world, nationality nor religion will any longer posse a barrier to male/female relationships.’ Dat klinkt nog meer als Jennifer. Het bloed trekt zich nu ook uit mijn hart terug. Één slag per minuut.

Godverdomde anti-homo spam.

Jennifer dacht dat lesbiennes niet durfden te binden. Dat heb ik haar letterlijk zien zeggen. Op twitter, jaren later. Dan blijkt de god gewoon vrouw te zijn. Ze was het niet waard, maar wat kan ik genieten van de ontspannende bilspier, mijn tot rust komende hart. Een laatste shotje voor een ex-verslaafde. En dan met een klik op de knop naar junkmail.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge