Blogs over lente

Overvloed

Haast ongemerkt sluipt een zachte lente in een zonnige zomer. Misschien is dit seizoen elk jaar overvloedig, zie ik het nu pas voor het eerst echt. Of is de aarde onherroepelijk aan zijn opwarming begonnen. Hoe dan ook is dit jaar alles anders. Dit jaar kan ik geen twee weken naar een Zuid-Europees land vluchten om daar snel zoveel mogelijk onthaasting op te doen. Dit jaar hoeft dat ook niet. Alle rust en warmte waar ik achteraan ren heb ik al hier in mijn eigen huis. Het zal niet altijd zo blijven. Maar deze vreemde tijd, ze misstaat me niet.

Naar blog

Koningsdag

Ik loop met mijn te-koude-zomerjurk en mijn te-koude-lentejas over de te-koude-straat langs kraampjes waar mensen zitten te bibberen achter tweedehands boeken, skelterhelmen en ondefinieerde rotzooi. ‘Wat een troep,’ zeg ik, te luid. De man in het kraampje naast me kijkt me aan zonder een spier te verrekken. Waarschijnlijk is hij het met me eens. Als we bij de Albert Heijn zijn is er nog geen fatsoenlijk koek-en-zopie plekje te bekennen. Dat wordt supermarktvoer, besluiten we, en we keren met de boodschappen meteen terug naar huis. Waar het niet net-te-koud is en we tv kunnen kijken met een kat op schoot.

Naar blog

Voorjaarsmoeheid

Het is dat rare moment in het vroege voorjaar dat het licht verlengd is, ik op mijn balkon kan zitten, maar al moe word van een tripje naar de supermarkt. Terwijl mijn hoofd nadenkt over werkdagen met lunchtripjes en avonden in het park gevolgd door een wandeling door de nog zwoele lucht en wellicht een drankje of zelfs een club, om de volgende dag weer vrolijk op te staan, wil mijn lichaam geen honderd meter aan lucht verplaatsen. Misschien is dat voorjaarsmoeheid; niet trager dan de winter, maar de frustratie dat de lente begonnen is en ik stil blijf staan.

Naar blog

Ongelooflijk

Er was iets van dageraad toen ik op het onchristelijke of onmozese of ongoddelijke tijdstip van half 8 mijn trein betrad. Toen ik er rond half negen uitklom was de lucht een onwerkelijk blauw en glom de zon net boven de daken uit. In onfebruarische overmoed haalde ik een cappuccino onderweg, alsof ik de wereld niet zat was, en bulderde een zacht ‘ongelooflijk’ uit. In me ontvouwde iets, iets van hoop, iets van macht, iets van belofte, iets van zin in wat er voor me lag. Iets waarvan ik elk jaar het bestaan vergeet en toch altijd, onstuitbaar, weer ontwaakt.

Naar blog

Streken

De wereld geeft nog een voorschot van de komende lente, of een overschot van de overvloedige zomer. We fietsen naar een terras aan een meertje voor een cappuccino. Daarna naar huis voor een koffie op het balkon, waar we tien foto’s voor ons boek selecteren. ‘s Avonds is de warmte nog niet gaan liggen, dus doen we de kaasfondue buiten. Daarna haal ik eten dat mijn zus over heeft uit een te goed gevulde ‘to good to go’-zak (als je het nog niet kent, download de app). Een wilde zaterdag anno 2018. Maar wil niet iedereen eigenlijk zijn streken afleren?

Naar blog

GGZ?

Ik ben te vroeg bij het transferbusje. Vanochtend was mijn jasje nog te koud, maar nu is de oktoberlente begonnen. De chauffeur is praatgraag, zoals al de kranige gepensioneerden die bijverdienen in ons vervoersbedrijf. Hij stelt vragen over ‘GGZ’, waar we naast staan. Hij heeft oprecht geen idee. Tegenwoordig struikel ik over mensen die de GGZ van binnen kennen, waar ik ook heen ga, maar dat zal mijn bubbel wel zijn. In de soort van lente voel ik vage dankbaarheid. Dat er nieuwsgierige bejaarden zijn die graag een busje rijden. Voor wie de GGZ iets is uit een andere tijd.

Naar blog

Bloesemfeest

Met drie vrouwen, een man en een baby bezoeken we het bloesempark in het Amsterdamse Bos. Nog geen twee dagen geleden waren de kersenbomen gehuld in dwarrelende wolken van bloemblaadjes, maar helaas blijkt het Japanse lentefeest voorbij. Wat verdwaald roze zoekt nog naar onze haren, terwijl ik de baby bescherm tegen de door bomen gefilterde zon. Hij heeft niet zoveel op met de spuitfles zonnebrand. Ik kan hem geen ongelijk geven. In de avond sluiten we ons geleende appartement af en vertrekken. Vanuit de trein zien we de felgekleurde strepen van de bollenstreek. Het Nederlandse lentefeest is pas net begonnen.

Naar blog

Bezwangerd voorjaar

De zomertijd is ingegaan, de lente lonkt over groene velden. Toen de warmte hoorde te komen is het eigenlijk pas winter geworden, maar vandaag lijkt die echt over. Ik weet dat het schijnzomer kan zijn, maar geniet er alvast met volle teugen van. Het is zo mooi buiten dat ik zelfs geen zin heb in een glas rode wijn, al is mijn veertig dagen alcoholvrij weer voorbij. Ik werd er geen grammetje lichter van, bleek toen een mij onbekende man op het perron van mijn overstap me aansprak op een vermeende zwangerschap. Maar ach, het kon me vandaag niet schelen.

Naar blog

Iets anders

Vandaag sliep ik tot het al middag was en de zon door de uitgerolde gordijnen priemde. De lucht in de tuin was zacht en de koffie zorgeloos. Er stond drie dagen knutselwerk op mijn mentale to-do-lijst, dus deed ik wat ik het liefste doe; iets anders. Ik schreef een artikel over de hardnekkige mythe dat autisten geen empathie hebben of emoties begrijpen. Ik luisterde lang naar de pijn van je ouders moeten verlaten. Ik redigeerde een blog van een meisje met narcisme en moest huilen om hoe genadeloos mensen met die problematiek worden gestraft. En ik ving wat lente op.

Naar blog

Trouw

Mijn hele trouwe lezers hebben het misschien in de gaten; ik ben de afgelopen weken een minder trouwe schrijver geweest. Voor het eerst sla ik af en toe mijn 100 woorden over. Ik ben het niet zat, ik ben gewoon moe. De lente wil maar niet doorbreken, terwijl ik energie uitgeef alsof het zomer is. Deze week slingerde ik tussen vergaderingen en een beoordelingsgesprek, naar de gevreesde toneelrepetitie met mijn monologen. Vandaag reisde ik naar Rotterdam via Spijkenisse naar Utrecht. Nu zit ik in de trein naar Alphen. Een stilstaande trein, vanwege een aanrijding. Ik wil alleen nog maar slapen.

Naar blog

Lentecue

Treinreizen went snel, maar het wordt ook snel vermoeiend. Zeker met de vier uur van en naar hotel op mijn vrije dag. Het is stervenskoud als ik uitstap na mijn laatste ritje van de week. De supermarkt moet het ontgelden, ik reken erop het fort dat ik voorlopig mijn thuis mag noemen niet meer te verlaten voor de lente eindelijk begint. Nou ja, voor maandag dus. Let op lente, dit is je cue. In het nog steeds vreemd grote huis zak ik languit op de grote hoekbank neer met de kat. Dag wereld, je ziet me volgende week wel weer.

Naar blog

Broek aan

“Hee je hebt een broek aan!’ zegt een collega als ik binnenloop. Een tweede collega merkt even later hetzelfde op. Het is een bijzonder moment, geef ik toe. Ik heb drie jaar geleden bijna al mijn broeken in de container gegooid en heb nooit meer omgekeken. Tot nu. Het is zo ongenadig koud dat ik niet zonder meerdere lagen naar buiten kan. Het is bijna een jaar geleden dat ik voor het eerst mijn vriendin zag, op een prille lentedag in maart. Nu ziet ze me voor het eerst met een broek, op een snijdend koude dag. Hopelijk blijft ze.

Naar blog

Piepjonge geitjes

Op de geitenboerderij is het al volop lente. Zo’n dertig piepjonge geiten spelen in het open hok. De vacht is nog zacht, ze zijn ongedurig en ze sabbelen wat af. Met vijf beestjes op schoot luister ik ongewild mee met een vader die in een conferencecall belandt. Zijn zoon rent achter de geiten aan en werpt ze bruut omver. Ik hoor af en toe ‘Doe niet! Sorry, mijn zoon is wat hardhandig, wat zei je?’. Ik kijk naar een andere vader, op zijn rug in het hooi, met stapels verrukte miniatuurgeiten op zijn lichaam. Zijn zoon duwt de geiten niet.

Naar blog

Voorfeestdagen

Het is 30 november. Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Euforisch wel. Het jachtige gevoel dat daar bij hoort, dat brandende, is een reden om te leven, maar geen geluk. Buiten euforisch was er alleen zwart. En toen ik antidepressiva kreeg, grijs. En toen ik aan mezelf ging werken zo’n halve lentedag. Maar nu is het 30 november. En ik, die van de winter niets kan verwachten, zeker niet van de voorfeestdagen, lach. Dat is onvoorstelbaar, onbestaanbaar, alsof er vandaag aliens zijn geland in Madrid. Het is ook waar, echt gebeurd. Ik heb voor het eerst de winter ingekleurd. […]

Naar blog

Dageraad

Zes maanden geleden maakten we een wandeling over de singel. De lentebloemen kwamen net tussen de sprieten neongroen gras. Je praatte veel en ik luisterde meer. Het regende, een beetje. Ik vond je mooi, die eerste keer, maar misschien nog niet half zo mooi als nu. Het was toen een chaos in ons. Dat zal waarschijnlijk altijd zo blijven. Vandaag kijken we de laatste episode van onze serie. Het eindigt met een levensechte lang en gelukkig. Daar geloof ik niet in. Wel dat ik zes maanden geleden misschien een eerste glimp zag van de dageraad waar ik naar toe zwerf.

Naar blog

Seizoensgebonden gekte

We hebben een relatie, mijn zon en ik. Een liefde sinds mijn allereerste jeugdjaren. Elk jaar starten we een heftig gepassioneerde affaire, in de beste jaren gevolgd door een trage, lome verhouding. Elk jaar opnieuw stelen de winteruren mijn kans om lief te hebben zoals ik nodig heb. En dan, als de zonuren weer vol terugkeren, begint de stomende affaire opnieuw. Van zonneallergie tot verbranding, van heftige hooikoorts tot extreem eczeem, geen ergernis kan deze liefde bekoelen. In de winter kleurt mijn haar grauw en mijn huid grauwer, ben ik een flets palet. Maar elke lente kleurt de zon me […]

Naar blog

Voorzichtig vliegen

Gestolen momenten, noemde ik ze vroeger. De dagen dat de mist optrok uit mijn hoofd en de lente over het land heen lonkte. Met de zon op mijn gezicht is alles mogelijk. En als er dan een dag helemaal loslaten in zat, dan dook ik, hoofd eerst, gedachten later. Het kon niet diep, lang, ver genoeg, het was een kans, een dans, een kleine opening naar een paar weken stralend bestaan. In mijn nieuwe wereld die zelfs op zijn zwartst nog mat glimt merk ik dat ik voorzichtiger ga. Deze zondag was niet gestolen. Ik heb hem mezelf willen geven.

Naar blog

Betaling

Ik betaal een dagje uit terug met een meer gehavend gezicht dan ooit. Rode ogen, geschilferde schildpadlagen over mijn oogleden. Eczeem of allergie? Het valt altijd samen met een lente waarin ik niet extreem hard kan gaan vliegen. Ik vraag me niet voor het eerst af of mijn lichaam me probeert af te remmen. Ik denk soms dat ze wijzer is dan mijn hoofd. Mijn moeder appt me dat ze mijn magneet heeft opgehangen en me ‘elke dag even ziet’. Ik stuur haar een foto van mijn bloeddoorlopen ogen. ‘Ik vind je zo ook lief en mooi hoor’ antwoordt ze.

Naar blog