Nestelen

We zitten op de steiger en we zeggen niet zoveel. De zon schijnt af en toe door het wolkendek heen, de bomen ruisen en een vogelkoor zorgt voor de nodige muziek. Geen geklingel van een tram, geen zwaailicht van de ambulance. De ruimte is bijna adembenemend, alsof mijn hoofd ineens is vergroot. We gaan naar de buurtbioscoop en kijken de bankier van het verzet. Daarna fietsen we naar huis en baadt de avond in het laatste zonlicht. Stil, ruim, veilig. Ik weet niet hoe lang ik kan dansen in een traag ritme, maar nu is het even precies snel genoeg.

Lees meer

Stuurloos

Drie jaar geleden was ik stuurloos. Voor het eerst zonder de zware druk van een deken van depressie, de diepe wanhoop die schuilde in het najagen van wat me even lichter maken kon. Dertig jaar was ik geworden, getrouwd en gescheiden, en ik had geen idee wie er aan het roer van mijn leven stond. Hier sta ik dan, drie jaar later, in winterdip, naast een tram, na een zangrepetitie. Niet iets wat ik me ooit had kunnen voorstellen. Er bleek niemand aan het roer te staan, en ik bleek dat heerlijk te vinden, zoveel winden om mee te waaien.

Lees meer

Fietsproblemen

Mijn fiets staat al een week bij de fietsenmaker. Ik merk dat ik het mis, mijn hoofd in de wind, de gedachten gesust. Dat eilandje tijd dat mijn huis van mijn werkplek scheidt, en andersom. Mijn verhouding met het openbaar vervoer is stroef. En dat in een stad waar ik over de trams en metro’s struikel voor mijn deur. Je niet doelgericht bewegen naar de plek waar je moet zijn slokt zoveel energie op. Ik wil eigenlijk het liefst helemaal niet meer gaan. Dus pakt deze luxepoes de uber. Die brengt me in ieder geval precies waar ik heen wil.

Lees meer

Hemeltergend

‘Ben je uit de hemel gevallen?’ vraagt een jongen die nauwelijks nog op zijn benen kan staan mij. Ik ben moe, chagrijnig, ongesteld en lichtelijk gedesoriënteerd. ‘Nee,’ antwoord ik dus maar, volgens mij naar waarheid. Ik had geen idee dat die hemeltergende zin nog acceptabel was. Een uur later vraagt een andere jongeman mij, weer zo’n klassieker, de weg. Ik wijs hem naar de verkeerde tram. Stap zelf bijna op diezelfde verkeerde tram. Weet ons allebei naar de goede te leiden. Val bijna voor de tram. Niet echt aantrekkelijk, maar ach, het is in ieder geval niet uit de hemel.

Lees meer

Zomerlang

Het was zonnig in de stad, mijn zicht was kort, mijn haar was lang, ‘k zat nog vast tussen een kind en een man Zij was zeventien en had al zoveel meer gezien Het was zomertijd in ons mooi Amsterdam Zonnen in de parken, zwemmen in de Amstel, Mijn grootste zorg de vraag: wanneer en waar We hadden nog geen Netflix aan, maar niets kon in de schaduw staan, Van het schouwspel van het maanlicht in haar haar En we probeerden elk nieuw ding Het drugsgebruik was niet gering Hadden seks in elke straat, op elke gang, We dronken zonder

Lees meer