Winnen of leren

Nog even over Noa. Want ik kende mensen die gingen omdat ze wilden sterven. En ik kende mensen die stierven uit plotselinge wanhoop. Noa niet. Noa wilde leven. Ze schreef het boek ‘winnen of leren’. Ze verloor. Ik weet niet aan welk fundament ik moet trekken, welke slapende hond ik moet wakker schudden, welke schandpaal optuigen. Maar we zijn niet in oorlog, we kennen geen honger, en men zegt dat we zorgen voor degenen die gezorgd moeten worden. We lieten iemand die niet doodziek was, niet dodelijk gewond, iemand die wilde leven, onder onze ogen sterven. Iemand moet hiervan leren.


Ik heb alle begrip voor Noa en haar omgeving. Het enige dat ik in deze microblog wil zeggen is dat ik me schaam voor onze psychische zorgverlening en verzorgingsstaat.

Noa schreef zelf ook over wat er allemaal mis ging in haar zorgproces: 

Lees meer:

Automatische concepten
4-juni-noa-pothoven

Koop mijn boeken


Bekijk op bol.com

3 reacties

  1. “Ik schaam me voor onze psychische zorgverlening en verzorgingsstaat.”

    Het is moeilijk, misschien wel niet te verkroppen dat in onze welvarende samenleving een kind als Noa door ‘omstandigheden’ zo depressief raakt dat ze een einde aan haar leven maakt.

    Maar het lijkt me niet correct de psychiatrische zorgverlening daarvoor direct verantwoordelijk te houden. En zelfs in zo’n grote mate nalatigheid te verwijten, dat we ons voor die zorgverlening zouden moeten schamen.

    Je impliceert namelijk dat die zorgverlening inadequaat is geweest (vanuit het aanname: ‘als die adequaat was, had Noa niet hoeven sterven’). Terwijl ik uit de verslaggeving juist opmaak dat Noa jarenlang wél van alle kanten zorg, steun, aandacht, therapie, medicatie, wat dan ook heeft gekregen – maar dat deze niet voldoende hielp.

    Je verwijt suggereert dat zorgverleners in Noa’s geval hebben nagelaten om ‘het juiste’ te doen, de ‘goede’ therapie, de ‘effectieve’ medicatie of wat dan ook. De scherpte van je verwijt (‘ik schaam me voor hen’) suggereert dat die ‘juiste manier’ binnen handbereik lag, en dat het heel dom was van die zorgverleners om Noa die ‘juiste manier’ te onthouden. Dat lijken mij onjuiste suggesties, en een onterecht verwijt.

    Ben je zelf hulpverlener? Ben je betrokken geweest bij Noa’s geval? Heb je voldoende kennis van zaken, en inzicht in deze casus om zeker te weten dat er hulpverleners grof nalatig zijn geweest? Zo ja, dan lees ik graag je uitleg. Zo nee, dan denk ik dat een nuancering van je verwijt passend is.

    Psychiatrische zorgverlening is geen brandweer die precies weet hoe elk brandje te blussen. Soms zijn hulpverleners onmachtig. Ja, dat is moeilijk te verkroppen (zie mijn eerste zin) maar soms moeten we dat onder ogen zien, zonder meteen met de vinger te gaan wijzen.

    1. Ik suggereer nergens dat er een ‘juiste’ manier was om Noa te helpen, of dat er een specifieke persoon ‘schuldig’ is. Ik schaam me voor ons systeem, de inrichting van de psychische zorgverlening en de verzorgingsstaat.

      “Binnen de jeugdzorg (met uitzondering van één plek, laat ik dat wel even benoemen) ben ik nog meer kapot gemaakt dan dat ik al was. Maandenlang in de isoleercel gezet. Uitgescholden, door groepsleiders. Groepsleiders die helemaal niets begrepen van mijn problematiek en daarom dingen deden en zeiden die averechts werkten.”

      Dat is Noa’s verhaal, maar ook die van vele anderen die ik ken. En daar schaam ik me voor.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *