Winterdood

Ik was een tijd alleen. Ik bedoel echt, echt alleen. Als ik mijn appartementje in kwam was er niemand. Kilometers en kilometers ruimte. Oké, een paar meter dan. En alleen ik om ze te vullen. Het was heerlijk, die ruimte. De vrijheid.

Het was vreselijk.

Ik ben niet mijn beste gezelschap. Ook niet van anderen, maar zeker niet van mij. Ik schreeuw en ik krab, ook als ik alleen ben. En de enige die ik dan pijn kan doen, ben ik zelf. Maar het ergste is dat ik praat. Ik kan anderen gek maken met mijn eindeloos herhalende conversaties, die verschillende invalshoeken die zich bijna personaliseren. Maar mezelf, wat denk je dat die personalisaties doen met mij? Stemmen, zoveel stemmen.

Stemmen in mijn hoofd.

Nu ben jij er, om gek te maken. Nu ben jij er om weg te vluchten. Nu ben jij er om mijn stootkussen te zijn, inplaats van die meedogenloze muur. De muur die geen strobreed wijkt. Die mijn handen ontvelt. Maar jij, jij ziet er zacht uit. Buigzaam ook. Bijna een verleiding, al sla ik nog steeds niet. Maar wie weet voor hoe lang? Het is tenslotte nu eindeloos, zwart, donker, koud, hartje semi-gezellig winter.

Er is iets wat ik je moet vertellen lief. Naast al het andere. Naast dat ik een egocentrische emotica ben, de typische hoog-sensitieve narcist die niet gelooft in hoog-sensitiviteit. Naast mijn hang naar koffie, mijn hopeloze verslaving aan sigaretten en mijn geflirt met alcoholisme. Naast dat ik schop en bijt en trek. En huil en emotioneel chanteer.

Ik ben gek, mijn lief.

Net zoals al je exen. Net als elke vrouw waar je op valt. Hoe ik ook probeer om de schijn op te houden. Ik pleeg elke winter zelfmoord, zonder ooit echt dood te gaan. Ik laat gewoon anderen sterven.

Ik hoor stemmen in mijn hoofd. Niet het soort dat gekken doen, maar genoeg om met mijn self-absorbed hoofd te zeggen dat ik ze horen kan. Ik ben gek. Op de missers. Op het onvermijdelijke drama.

Ik ben gek op het kapot maken.

Ik hou van je. Je overleeft me. En ik voel pas dat ik geleefd heb als ik je kan breken. Niet met één klap, oh nee. Maar langzaam, pijnlijk, schreeuwend, knappend. Dan heb jij je gebroken hart. Gebroken ziel. En ik ben koud, ijzig koud kapot. Maar ik heb jouw verhaal.

Ik ben dood- dood- gelukkig als ik ongelukkig ben. En dus zijn de winters de beste tijden van allemaal. Noem me romanticus, narcist, jager op de melancholie. Noem me verknipte kunstenaar. Of noem me wat ik ben. Wat ik altijd ben geweest. Wat het gruwelijkste, en belangrijkste gedeelte van de bevolking wel eens is.

Grillig, depressief, melodramatisch, vrouw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge