Zomerstorm

Ik word wakker als ze zich moeizaam over me heen wurmt, haar huid plakkerig tegen de mijne. Ze ruikt naar haar werk in de kroeg, ze ruikt naar zweet. Maar ze ruikt vooral naar ijzer, zoet en krachtig. Als haar klitterige krullen over mijn hoofd strijken zie ik mijn kans schoon. In halfslaap richt ik me op en lik haar oksel goedemorgen.

Ze giechelt.

Maar mijn ogen plakken nog te veel om goed te zien. Als ik nog eens op haar oksel mik mis ik hem net. Ze rolt zich los en rent naar de wc, haar vrijheid. Ik val achterover, strek mijn armen uit en voel hoe het vocht uit mijn poriën druipt. Heerlijk, die zomer. Ik hoest en merk dat ik geen tampon in heb. Bloed stroomt met een verbazende snelheid het pas verschoonde laken in. Verdomme.

Daarom rook ze naar ijzer.

Ze komt terug, neemt de wc-rol mee. Veegt langzaam de stromen droog. Soms iets grondiger dan nodig is. Fijn. Ik geef het gevecht tegen wakker worden op. Kus haar ochtend-adem weg met de mijne. Bijt in haar schouder tot zij ook bloedt. Zoen haar zweet tot ze nieuwe ladingen aanmaakt. Lik haar vocht tot ik geen dorst meer heb.

Het bed kreunt.

Dus we rollen de vloer op, op het balkon. De man van de overkant staat in zijn tuin. Hij vraagt me altijd of ik ‘niet wat mis.’ Ik mis geen seconde. Ze streelt mijn bloedbevlekte benen, zoekt naar meer. Langzaam speelt ze met een rood draadje slijm dat is blijven steken. Neemt me ruw met haar handen. Neemt me woest met haar mond. Van het sprookje over vrouwen die niet neuken heeft ze nooit gehoord. Ik ook niet. Ik berijd haar tot ze schreeuwt.

Tot de buren terugschreeuwen.

Ze verstrengeld haar benen met mij, met de balkonspijlen, met de meedogenloze zon. Het zweet blijft stromen. Ik neem hijgend een trek van mijn sigaret. Ze streelt de diepe krassen op mijn borst en zucht zich een weg in mijn nek. We liggen naakt onder de betrekkende lucht en begluren de buren. Ze gluren niet meer terug.

Langzaam adem ik uit.

Ik streel haar krullen en voel het vocht dat zich onder ons verspreidt. Bloed, zweet, en misschien zelfs een paar tranen. Ik trek haar dichter bij me en hap. Ze glijdt op me. Net als ik het bijna niet meer uithoud barst ook de wereld los. Het valt, het vliegt en het dondert kilometers en kilometers. Met emmers tegelijk stort het water op haar rug. We laten het stromen. Ze beweegt alleen even haar tenen als de laatste schokgolf uit me wegglijdt.

De regen neemt de laatste sporen mee.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge